De Hoge Bank van Zuilichem | 1526 - 1580

Overzicht van 105 actes. (Veel teksten moeten en zullen nog nagezien worden.)

24-07-1526. schepenen Aert vanden Oever en Gerit Aelbertss.
bovenschrift: Bruechem
marge: 1526

Transfixa Supra predicta

Wij Aert vanden Oever ende Gerit Aelbertss. scepen in Zulichem tugen dat voir ons komen is
Lambert Maess. ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont gever penningen die hij
giede dat hem betailt sijn den brieff daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende alle
tgehaut des brieffs gelijck daer in gescreven steet here Reyer Wouterss. priester ende Ca-
nonick ende Matheus Janss. tot behoeff der tafele 's Heiligen Geest van Zautbommel erffelick
te besitten. Ende Lambert Maess. voirss. verteech opten brieff ende tgehaut des brieffs voirss.
ende geloeffde daer op doen te vertijen allen die genen die dair mit recht op vertijen sullen.
Ende hij geloiffde oick van sijnre wegen te waren Here Reijer ende Matheus Janss. tot
behoeff der tafels 's Heiligen Geest voirss. den brieff ende 't gehaut des brieffs voirss. jaer
ende dach als recht is tegen allen die genen die ten recht komen willen. Ende van sijnre
wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In oirkonde onser litteren. Gegeven int jair
ons heren dusent vijffhondert ses ende tweijntich op Sunte Jacops avont Apostell.
Sunte Jacops Apostel. = 25 juli
scan 148-1
Transfix.
Hangt aan: 10-02-1516
Aanhangend: 13-02-1516
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.090v)
24-07-1526. schepenen te Zaltbommel Roeloff die Raet Janss. en Andries Geritss.
bovenschrift: Bruechem
marge: 1526

Wij Roeloff die Raet Janss. ende Andries Geritss. scepen in Zaltboemell tugen dat voir ons
komen is Lambert Maess die Kremer ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont
gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn den brieff daer desen tegenwoirdigen brieff
doirsteken is ende alle 't gehaut des brieffs als daer in gescreven steet Heer Reyner Vorsterman
canonick der kercken van Zaltboemell ende Theus Janss. van Bruechem als Heilige Geest-
meysters ende tot behoeff der tafelen des Heiligen Geest van Zaltboemell voirss. erffelicken te
besitten. Ende Lamert Maess. voirss. verteech opten brieff ende op 't gehaut des brieffs voirss.
gelovende doen te vertijen allen die gene die van sijnre wegen op den brieff ende op 't gehaut
des brieffs voirss. mit recht vertijen sullen. Hij geloeffden oick te waren van sijnre wegen
Heer Reyner Vorsterman ende Theus Janss. tot behoeff als voirss. den brieff ende
't gehaut des brieffs voirss. jaer ende dach als recht is voir allen die gene die ten recht
komen willen. Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde
onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ses ende tweyntich op
Sunt Jacops avont Apostell.
Sunt Jacops Apostell. = 25 juli
scan 148-3
Transfix.
Hangt aan: 13-02-1516
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.090v)
02-11-1526. Arend van den Over en Cornelis Aerts schepenen in Zuilichem getuigen dat Joost van Brakell schuldig is aen Hr. Reijer Joesten, priester. 1526.
"vijff Brabantsche g. xx Brabants. st. genge ende geve vel pagamentum equivalens voerden g. ten laste en gelooft van Joost van Brakel voirscr. Et si non solvat verteech op alle brieven ende boucken der gelt thijnssen hoenre thijnssen ende dachmaeten etc to lossen den penninck XVII gedateert 1526 op alre zielen dach"
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.

Toegevoegde info gevonden in ORA Zuilichem, inv. 670, f. 8v.
Transfix.
Aanhangend: 1551
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
07-12-1526. schepenen te Zuilichem Rijner van Tuyll en Gerit Aelbertss.
Wij, Rijner van Tuyll ende Gerit Aelbertss, scepen in Zuylichem, tugen dat voir ons comen is Joest van Brakell ende heeft vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever penn., die hij gyeden dat hem betaelt sijn, een halff tyende, welcker tyende voirs. welneer toebehoert heeft Zueer van Weerdenborch met sijnen erven, alsoe groot ende cleijn als die gelegen is inden gericht van Delwijnen, Dirck van Haefften, sonder dijck ende sonder thijns in eenen eijgendom erffelicken to besitten. Ende Joest van Brakell voers. verteech op dees halff tyende voers. Hij geloeffden daer oeck op doen te vertijen allen die geenen die daer met recht op vertijen sullen. Hij geloeffden oeck Dirck van Haefften voers. dees halff tyende voers. te waeren met voldere waerscappen ten eewiggen dage als recht is voer allen die geenen die ten recht comen willen ende alle voerplicht aff te doen van den selven. Daerenboeven heeft noch geloeft Joest van Brakell voers. Dirck van Haefften voers. indien dat die thyende voers. leengoet is ende te leen gehalden wordt, soe sall hij hem erven ende vestigen voer den leenheer, daer dat met recht behoert. Van deessen voers. brieff is eenen brieff geweest. In oercunde onsser letteren gegeven inden jaer ons Heeren dusent vijffhondert ende sesentwentich des anderen daechs nae sunte Nycolaesdach.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 177-1 en 177-2
Transfix.
Aanhangend: 19-03-1580
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
02-01-1527. schepenen Arnt van Over [Oever] en Hubert Claess

Akte van transport ten overstaan van het gerecht van Zuilichem door Joest van Brakel aan Ot van Scerpezeel, rechter te Arnhem, van de landerijen die Joest heeft geërfd van zijn oom Joest van Haefften
Wij Arnt van Over ende Hubert Claess scepen in Zulichem tugen dat voir ons comen is Joest
van Brakel ende heefft geloefft Ot van Scerpezeel richter tot Aernem ten ewegen dagen te waeren
ende te vrien ende allen voircommer aff te doen van alsucke erven ende landen ende leenmannnen als
Joest voirss. vercofft ende opgedragen heefft Ot van Scerpezeel voirss. gelegen op Romd {Rumpt} ende hem
van Joest van Haefften sijnen oem aenbestorven ende aencomen waren na vermogen der leenbrieven
ende den scepenen brieff van Deil die dair op gemaict sullen worden. Ende na inhalt eenre coep
cedel die Joest van Brakel ende Ot van Scerpezeel voirss. mit twe geestelicke heren? onderhans?
teikent hebben voirt so men niet en weet wie die leenheren moege wesen van achtalven?
mergen lantz gelegen op Esacker ende drie mergen lans op Die Woirden ende vier mergen lantz
opt Rowen so geloefft Joest van Brakel Ot van Scerpezeel voirss. tot wat tide dat men verneemt
wie leenhere dair aff is vanden voirss. genoemde lande so sal Joest voirss vesticheit ende ... Ot
van Scerpezeel off sijnen erffgenamen voirss. voir den leenhere dair Ot voirss. off sijn erffgenamen
mede bewairt sijn naden leenrecht hyr aff sijn wairburgen drie mergen lants gelegen tot
Brakel affter Joest voirss. camer ende noch vijff mergen lants ende voirt allen guederen? Joest voirss,
gelegen inder eninge van Zulichem in oirconde ons litteren gegeven int jair ons Heren dusent
vijffhondert ende seven ende twintich den tweeden dach in januario.
bron: Toegang 802 - Verzameling losse aanwinsten gemeentelijke archiefdienst Utrecht [HUA]
Inv. 390
Datering: 1527
Omvang: 1 charter

Context:
"Joost van Brakel erfde land in Rumpt van zijn oom Joost van Haeften en verkocht het aan Otto van Scherpenzeel. Van diverse stukken grond was de leenheer niet bekend. Het laatste deel betreft extra garanties en waarborgen door Joost van Brakel totdat de leenheer bekend is.
Otto van Scherpenzeel trouwde [1] ca 1510 met Theoderica de Cock van Waardenburg
Ivm diens boedelscheiding, zie 'Transitie en Continuïteit. De bezitsverhoudingen en de plattelandseconomie in het westelijke gedeelte van het Gelderse rivierengebied', door B.J.P. van Bavel. Dit omvat de huizen en heerlijkheden Rumpt en Gellicum met alle toebehoor, veel grond in Rumpt, Gellicum en Est, etc, etc."
Klik om een foto of scan te zien: Foto  
Bron: Overigen
06-12-1527. Reiner van Tuil en Hubert Claes' zoon, schepenen in Zulichem, oorkonden, dat Ot die Rijck, Boudewijn van Weideren en Willem Loeff, als erfgenamen van heer Gerit Floris' zoon, de hun toekomenderechten, voortvloeiende uit den brief d.d. 1497 Februari 21 (Reg. no. 30), waardoor deze is gestoken, hebben overgedragen aan de Heilige-Geesttafel te Zulichem. Gegeven int jair ons Heeren dusent vijffhondert soven ende tweintich op sunte Nycolaes' dach. Oorspr. (Inv. no. 93); met de geschonden zegels der beide oorkonders in groene was.
Datering: 1527 December 6
regest 39
Transfix.
Hangt aan: 21-02-1497
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 93
1528. Joost van Brakell en Reijnier van Tuill schepenen in Zuilichem getuigen dat jufffrou Cornelis van Broeckhuisen weduwe zalige Stees van Broekhuisen etc, 1528.

Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
1528. Reinier van Tuill en Hubert Claesz schepenen in Zuilichem
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Transfix.
Hangt aan: 24-11-1524
Aanhangend: 1551
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
14-04-1528. Goossen van Oever Ariensz en anderen vestigen een tijnsbrief van acht goude overlandse Rijnse guldens op dinsdag na Pasen 1528.

P. Goris
Wij Baers? de Weerdt en Joan Ewauts
schepenen in Zuijlichem, tuijgen dat voor ons gecoomen is Hendrick Loeff als
gemagtigde van Gijsberta van Welij, bij procuratie voor schout, borgemeesters, sche-
penen ende raet tot Cuijlenburgh van den 15 novembris 1634, ende mede de rato ca-
verende voor deselve, heefft vercogt ende opgedraegen voor etc. die brieven daer deesen door-
steeken etc. te weeten thijns brieff van agt goude overlendtse Rijnse gulden van gewigt off etc.
bij Goossen van Oever Ariensz. en anderen anno 1528 des dijnsdaghs nae den Heijligen Paesch-
dag geloofft, het eerste transfix in dato 1541 den 21 meij, het tweede transfix in dato 1549
den 13 jannuarij, ende het derde transfix in dato 1561 des anderen daeghs nae St. Nicolaes
Bisschop, Mattijs Alberts tot behoeff van den armen tot Gameren met het loopende
jaer thijns eijgendommelijck te hebben etc. in oirconde onser letteren gegeven in het jaer
onses Heeren een duijsent ses hondert negen en dertig den sesden december.
bron: 3287 Inventaris van de archieven van de Hervormde Gemeente Gameren
Inv. 468, akte van 6-12-1639 met daarin verwijzingen naar 1528, 1541, 1549, en 1561.
Akte gepasseerd voor schepenen van de Bank van Zuilichem waarbij Mattijs Alberts ten behoeve van de armen van Gameren koopt van Hendrik Loeff als gemachtigde van Gijsberta van Welij, een tijnsbrief uit 1528 van acht goude overlandse Rijnse guldens ten laste van Goossen van Oever Ariensz en anderen, met transfixen uit 1541, 1549 en 1561, 1639

Datering: dinsdag na Pasen (12-4-1528), dat is 14-4-1528.
Transfix.
Aanhangend: 21-05-1541
Bron: Overigen
25-11-1529. Airt van Over, Joest van Brakel, Coeraert van Swinel, Ghisbert Wen­ters, Goesen van Over, Cornelis Ants, Gert Aelberts und Orde Ryck, Schöffen in Zuilichem a. d. Waal (Zulichen), und der geldrische Richter zu Bommelerwaard (Bommelrewert), bekunden, daß Jaspar die Leydecker laut Urk. 1529 November 25 (op sunte Katherine) in Beisein der Schöffen Airt van Over, Reinar van Mil, Wolff van Swinel, Ghisbert Wenters, Goe­sen van Over, Gerit Aelberts, Hubert Claess und Baren van Welderen sein Gut gewonnen hat.
Datum: op sunte Katherine
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv, hoofdstuk Horst, Nr. 361.
Perg., Nr. 61.
2 Siegel.

NB: met transcriptiefouten in het regest. Schepenen waren:
Airt van Over, Reiner van Tuil, Wolff van Swivel, Ghisbert Wenters (Wijnters), Goe­sen van Over, Gerit Aelberts, Hubert Claess en Baijen van Welderen
Transfix.
Aanhangend: 17-02-1530
Bron: Overigen
17-02-1530. Reijnier van Tuill en Baijen van Welderen schepenen in Zuilichem getuigen dat Joost van Brakell schuldig is een rente van 8 Philips guldens aen Cornelis Arens, 1530.
"acht hertoch Philips g. vel pagamentum equivalens gelooft bij Joost van Brakel to lossen mit hondert hertoch Philips g. voirscr. Ende nae vier jaren was loss geloeft sub pena van hondert g. realen halff tot behouff des heren ende halff tot behouff Cornelis Aertsz ( sed in proximo transfixo erat pena excepta et remissa ) gedateert 1530 xvij febr."
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.

Toegevoegde info gevonden in ORA Zuilichem, inv. 670, f. 8v.
Transfix.
Aanhangend: 1538
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
17-02-1530. Airt van Over, Joest van Brakel, Coeraert van Swinel, Ghisbert Wen­ters, Goesen van Over, Cornelis Ants, Gert Aelberts und Orde Ryck, Schöffen in Zuilichem a. d. Waal (Zulichen), und der geldrische Richter zu Bommelerwaard (Bommelrewert), bekunden, daß Jaspar die Leydecker laut Urk. 1529 November 25 (op sunte Katherine) in Beisein der Schöffen Airt van Over, Reinar van Mil, Wolff van Swinel, Ghisbert Wenters, Goe­sen van Over, Gerit Aelberts, Hubert Claess und Baren van Welderen sein Gut gewonnen hat.
Datum: des donredach na sunte Valentyns dach
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv, hoofdstuk Horst, Nr. 361.
Perg., Nr. 61.
2 Siegel.

NB: met transcriptiefouten in het regest. Schepenen waren:
Airt van Over, Joest van Brakel, Coenraert van Swivel, Ghisbert Wen­ters (Wynters), Goesen van Over, Cornelis Airts, Gerit Aelberts en Ot de Ryck
Transfix.
Hangt aan: 25-11-1529
Aanhangend: 07-02-1482
Bron: Overigen
07-07-1530. Wolff van Swivel(?) en Zeinen (?) van Tuil, schepenen in Zulichem, oorkonden, dat Johan de Cock als
collator van een altaar van Onze Lieve Vrouwe in de kapel van Delwinen met toestemming van Henrick
Boudewijnzoin als vicaris van dit altaar heeft uitgegeven in erftijns 5 hond land onder Delwinen aan
Jan Jacopss. tegen een gouden philipsgulden 's jaars, vermeerderd met een boete van 2 brabantse
stuivers per maand in geval van achterstalligheid van betaling, welke boete de voornoemde vicaris
verhalen mag.
Oorspr. (inv. nr. 1218).
Met de zegels van de beide oorkonders.
Nationaal Archief, Den Haag; archiefinventaris nr: 2.21.115
Inventaris van het archief van het geslacht Mackay van Ophemert en aanverwante geslachten, 1370-1968 (1994)
regest nr. 56
De naam van de 2e schepen zal waarschijnlijk moeten zijn: Reiner van Tuil
Bron: Overigen, inv. 1218
25-10-1530. schepenen Reiner vann Tuil en Hubert Claess.
Jan Goessensz. belooft een tijns aan joffer Cornelis weduwe van Stees van Broeckhuysen uit een hofstad te Brakel.
marge: Johann Goessenss. gifft jaers III cappuynenn uit sinne hoffstat op Martyni erfthe??nende

Wij Reiner vann Tuil end Hubert Claess.
schepenn in Zulichem tugenn dat voir ons comen
is Jann Goessensz. ende hefft geloefft joffer Corne-
lis nagelate wedue Stees vann Broeckhuysen
tins drie volwassenn cappuynenn off drie bra-
banse stuvers voir elckenn voir elckenn
cappoenn voirss. op Sunte Mertins dach inden
wynter naestcomende over een jaer ende dair nae
voirt alle jaer thins drie cappuynenn
als voirss. sin off payment dair voir als voirss.
is alle jaer op Sunte Mertins dach in-
denn wynter te betaelenn ende te boeren vuit
een huys ende hoffstat mit allenn oere tym-
merynghe poetinge ende toebehoerenn gelegen
indenn gericht van Brakell in die Vle-
gelstrate tusschenn Jacop Jacopss. nortwairt
end Wyllem R?inen wedue zuitwairt off wie
alomme mit recht naest lant gelegenn sijnn
welcke thins voirss. weert saick dat hij alle
jaer opten termijn voirss. niet betaelt en weer
dann so sal alle maent dair nae volgende
een peen vann enenn blanck gengen end ge-
ve opten tins voirss. wassenn end gaen welcke
peen mitten tins voirss. joffer Cornelis wedue
voirss. vutenn voirss. guede verhaelenn mach
wanneer sij niet langher beiden en wylle ende
Jann Goessensz. voirss. hefft oer geloefft joffer Cor-
nelis voirss. denn tins voirss. ten ewigenn da-
genn te waerenn als recht is tegen allen die
gene die ten recht comenn wyllenn vuten
goede voirss. In oerkonde onser literen.
Gegevenn int jair ons Herenn duysent
vieffhondert ende dertich denn vief ende twyntichsten
dach in oectober.
Bron: Familie Van Dam van Brakel, inv. 1211 (f.75+75v)
02-04-1531. Reiner van Tuil en Joest van Brakel, schepenen in Zulichem, oorkonden, dat Ghijsbert van Doern beloofd heeft aan Wolter van Ysenderen ten behoeve van Merten van Rossem, heer tot Poderoye, alle voorwaarden na te zullen komen, bedoeld in den brief d.d. 1531 Maart 29 (Reg. no. 40), waardoor deze is gestoken. Gegeven int jair ons Heeren dusent vijffhondert een ende dertich den anderen dach in April. Oorspr. (Inv. no. 5); met de geschonden zegels der beide oorkonders in groene was.
Datering: 1531 April 2
regest 41
(regest nr. 40 is niet gepasseerd voor de bank van Zuilichem, dus niet in deze lijst overgenomen)
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 5
27-10-1531. Everit van Doern en zijn kinderen enderzijds en de geërfden van Zuilichem anderzijds zijn overeengekomen wegens toenemend gevaar van de Waal een schip te kopen, Ghysbert van Doern zal 2500 wilgen op het hoofd van zijn uiterwaard planten en ze vier jaar lang laten groeien en de geërfden geven de komende drie jaar 10 stuiver van elke morgen, te beheren door twee personen uit de geërfden onder een nadere regeling. Ondertekend door de geërfden, onder andere broeder Badewijn, procurator van de kartuizers in Vught.
regest nr. 584
Transfix.
Aanhangend: 08-02-1537
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 15
06-03-1532. schepenen Goessen van Oever Boudewijnsz. en Gerit Aelberss.
bovenschrift: Delwijnen

Transfixa supra predicta

Wij Goessen van Oever Boudewijnsz. ende Gerit Aelberss. scepen in Zulichem tugen dat voir
ons komen is Anna Herman Arntss. dochter met oeren gecoren momber ende heefft vercofft ende opgedragen
voir vijfftich pont gever penningen die sij giede dat hair betaelt sijn den brieff daer desen tegen-
woirdigen brieff doirsteken is ende alle 't gehaut des brieffs gelijck als daer in gescreven steet
Jacop Roeloffs ende Dirck Airtss tot behoeff 's Heilige Geest tafell bynnen der stat Zautboemell te heb-
ben ende te besitten. Ende Anna mit oeren momber voirss. verteech opten brieff ende 't gehaut des brieffs
voirss. ende geloeffde dair op doen te vertijen allen die genen die dair mit recht op vertijen sullen.
Ende sij geloeffde oick van oeren wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In oirkonde onser littteren.
Gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert twe ende dertich den sesten dach in mert.
scan 131-3
Transfix.
Hangt aan: 18-05-1508
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.081)
04-04-1532. Coenrairt van Swivel en Ot die Rijck, schepenen in Zulichem, oorkonden, dat Jacop Mercelis' zoon voor zijn vrouw en Peter Henricks zoon de helft van een hofstede aldaar overgedragen hebben aan den Heilige-Geestmeester aldaar. Gegeven int jair ons Heeren dusent vijffhondert twe ende dertich des Donredach na den heiligen Paeschdach. Oorspr. (Inv. no. 88); met de geschonden zegels der beide oorkonders in groene was.
Datering: 1532 April 4
regest 42
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 88
07-11-1532. Coenrairt van Swivel en Goessen van Over Ariens zoon, schepenen in Zulichem, oorkonden, dat vijf met name genoemde personen aan den kerkmeester aldaar beloofd hebben jaarlijks een rente te zullen betalen uit tien hond
land aldaar, terwijl de kerkmeester bij achterstallige betaling boete zal mogen heffen uit dat land. Gegeven int jair ons Heeren dusent vijffhondert twe ende dertich op sunte Willebrourdus' dach. Oorspr. (Inv. no. 76); de zegels der beide oorkonders zijn verloren.
Datering: 1532 November 7
regest 43
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 76
1535. Voor Goessen van den Oever Baijensse en Goessen van den Oever Arnolss schepenen in Zuijlichem comp. Derck van Haeften en geeft eenig lant uit in erftins onder Gameren.
Transfix.
Aanhangend: 26-03-1544
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
29-06-1535. dat Arien Janssen, deken van Sint-Anna te Gameren, kwijtschelding verleend heeft aan heer Baudewijn, procurator van de kartuizers in Vught, van eventuele verplichtingen jegens Sint-Anna.
regest nr. 588
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 284
18-05-1536. schepenen te Zuilichem vragen een uitspraak van de richter, die verklaart dat de naburen van Delwijnen hun hoptiend moeten betalen, netzoals hun buren.
Wij, Goessen van Aelst, Reyner van Tuyll, Coenrart van Zwivell, Goessen van den Oever Bayenssen, Goessen van den Oever Arienssen, Baldewijn van Welderen, Jan die Cock Jansen ende Tyelman Dirxen, scepenen in Zuylichem tugen dat voir den ghezwoeren richter ons ghenadigen Heeren van Gelre in Boemelerwerdt daer wij mede inder dingbanck tot Zuylichem te geding geseten waeren ende voer ons scepenen voirscr. comen sijn Dirck van Haefften off sijnen procuratoer ter eender sijde ende die naburen van Delwijnen ter anderer sijde, sonnen ende balden den ghezworen richter voerscr., dat hij ons scepenen voerscr. dat vonnis vermanen soude wets met recht weessen soude vander aenspraick Dirck van Haeften die hij gedaen hadde op ende over die naburen voerscr. B?er?nerende off sij sculdich sullen weesen van der hoep (lees hop) tyendt te geven ende nae antwoerdt der naburen voerscr. ghelijck dat onder vonnis gecomen was, waer aff van scepenen voerscr. met medegevolch der scepenen van Driell nae vraegen des gezwoeren richters voerscr. eendrechtelick bij vondenis geweessen hebben nae aenspraeck ende nae antwoerdt voernt., nae condt ende waerheyt, die wij scepenen voerscr. daer aff gesien ende gehoert hebben als dat die selve tyendt geven sullen van der hop als hoer naburen boven ende beneden doen ende wie bescyningen =duidelijk aantoonen kan met scepenen brieven off genocjsaem bij den scepenen dat sijn goet vri is, die sall vrij weessen etc. dit ter tijt ende ter wijle tot wij scepenen volgen beter betoen offte bescijt dan wij noch ter tijt gesien ende gehoert hebben. In oirconde onsser letteren gegeven in den jaer ons Heren dusent vijffhondert ende ses ende dartich, den achtyende dach in der maand Mey.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 169-1 en 169-2
Transfix.
Aanhangend: 07-12-1557
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
08-02-1537. dat Gijsbert van Doern, ambtman van Beesd en Rhenoy, aan de ingezetenen van Zuilichem beloofd heeft het 'opperste hoeft' in Zuilichem, tegen zijn uiterwaard gelegen, te onderhouden en geven vidimus van de overeenkomst van 1531-10-27.
Wij Coenraet van Ztuivell? ende Ott die Rijck Jansse, schepenen in Zuylichem doen cond allen luyden die
deesse onsse brieff van certificatien sullen sien ofte horen leesse, certificeere voor die gherechte waerheijt
hoe dat op huyden dach des selve brieffs voir ons gecomen is in sijne propere persoen Ghijsbert van
Doern, amptman tot Beest ende Reynoey, ende heeft hem selve verwilcoert ende betuigt ?aan? ende gheloefft
Henrick Hermansse ende Dirck van Aeken als heemraders indertijt des dorps tot Zuylichem ende tot behoeff
ende proffijt der gemeijnde gherffden des gerichts tot Zuylichem voorss. als dat hij dat opperste hoeff ...
... inden ghericht voorss. tegen sijne uuyterwaert onderhalden ende maken sall, nu ende ten eeuwige daghen
op alle sijne guederen ghelijk ...
...
Soe hebben wij des tot onssen zegelen aen deessen tegenwoerdige brieff van serti-
ficatien gehangen inden jaer ons Heeren dusent vijffhondert ende sevenendertich den achsten dach in fe-
bruari.
regest nr. 589
Transfix.
Hangt aan: 27-10-1531
Bron: Klooster Sophiae Domus in Vught (1303) 1465-1641 (1653), inv. 15
28-06-1537. Eeverart van Ztuivell en Ot die Rijck, schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat Dirk Arnts zoon aan de Heilige-Geestmeesters aldaar overgedragen heeft zijn rechten, voortvloeiende uit de oude registers van den Heiligen Geest. Gegeven in den jair ons Heeren dusent vijffhondert ende soeven ende dartich den acht ende twentichsten dach in Junio. Oorspr. (Inv. no. 89); met de geschonden zegels der beide oorkonders in groene was.
Datering: 1537 Juni 28
regest 46
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 89
10-08-1537. Goessen van Aelst en Eeverart van Ztuivell, schepenen in Zuylichem, voorkonden, dat Peter Jacops zoon een morgen land aldaar heeft overgedragen aan de kerkmeesters aldaar. Gegeven in den jaer ons Heeren dusent vijffhondert ende soeven ende dertich den tyenden dach in Augusto. Oorspr. (Inv. no. 75) ; de zegels der beide oorkonders zijn verloren.
Datering: 1537 Augustus 10
regest 47
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 75
1538. Goossen van den Oever Arenszoon en Gerrit van de Poll [1] schepenen in Zuilichem getuigen dat etc, 1538.
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Transfix.
Hangt aan: 17-02-1530
Aanhangend: 1554
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
16-06-1538. afschrift ddd. 9-10-1548 van een uitspraak over een uitweg dd. 16-6-1538.
voor schepenen Coenraet van Zwivell en Jan Ariensz.
potlood: uitweg 1538

geweessen

Nae aenspraeck Jan Ariensz. gedaen op Engbert Hermansz. ende nae
antwoerdt Engbert Hermansz voirsz. berurende van eenen uutwech
uuytwech nae vermelden des signaets, wijssen wij scepenen
van Zuylichem met medegevolch den scepenen van Driell als dat
Engbert Hermansz. Jan Ariensz. den uuijtwech toelaeten sall als
van alden heercoemen geweest is. Dit ter tijt ende ter wijlen toe wij
scepenen en saegen noch beter beweijs etc. geweessen? Den sestyenden dach
meij anno etc. achtende derttich.

Ick Dirck Petersz. gezworen scriver der bancke van Zuylichem affgeschreven den negenden
dach octobris anno etc. achtendeveertich bij
consent Coenraet van Zwivell ende Jan Ariensz.
als scepenen der bancke voirsz.

potlood: 39
Bron: Archief van de kerkfabriek en het kapittel van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel, 15e-16e eeuw, inv. 20
30-06-1538. Wolff van Ztuivell en Jan die Cock van Delwijnen, schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat Hillegond,
weduwe van Arien die Cock, en Heylken, weduwe van Wouter Ghysbertss., zijn overeengekomen elkaar
alle schuldbekentenissen, die de een van de ander heeft, te zullen teruggeven.
Oorspr. (inv. nr. 911).
Met de geschonden zegels van de beide oorkonders.
Nationaal Archief, Den Haag; archiefinventaris nr: 2.21.115
Inventaris van het archief van het geslacht Mackay van Ophemert en aanverwante geslachten, 1370-1968 (1994)
regest nr. 59
Bron: Overigen, inv. 911
20-10-1538. vestiging van een thijnsbrief ten laste van Aert van Tuijl van 6 pond jaarlijks.
Scepen Peter Maess., Merten Ingenhuijs qd Willem Dircksz.
van Wijck ut tutor uxoris vendidit elcx voor L Lb 50 pond etc die helft
van ij 2 thijnsbrieven ieder van ses gulden jaerlicx staende beijde
ten laste Aert van Tuijll vanden welcke die ander helft aff toe coompt
Wolter Kreeft vanwegen sijnre huysfrouwe Jenneken za. Peter
Maessdr. den eene dateert 1538 XX-en october, den anderen 1540
op sondag Letare Jherusalem elcx cum una transfixa. Wolter Kreeft
voerscr. possidendam cum warandia plena Date desen ij 2 tranfixen
XI-en septembris.
vermelding van een tijnsbrief op 11-9-1583 in de archieven van de Bank van Zuilichem.
Zie inv. 670, f. 97verso van de bank van Zuilichem
scan nr. 100 (linksboven)
Bron: Overigen
1539. Baldewijn van Welderen en Baldewijn van den Oever schepenen in Zuilichem, getuigen etc. 1539.
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Transfix.
Hangt aan: 1500
Aanhangend: 1554
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
04-10-1539. Stukken betreffende de verkoop door de stad Zaltbommel van eigendommen van Aelbert de Vriesse wegens door hem verschuldigde gelden, 1539

Akte waarbij Goessen van den Oever Ariensz. en Baldewijn van Welderen, schepenen te Zuylichem, oorkonden, dat de gezworen bode van Boemelderwardt, Willem Dirxen, verklaard heeft, te hebben gedagvaard Aelbert die Vriesse, namens Aelbert Jansz. als gevolgmachtigde van de burgemeesters van Zaltboemell, wegens een onbetaalde schuld van 650 goudguldens, waarna zij aan Aelbert Jansz. hebben toegestaan voor die schuld de goederen van de
gedaagde, gelegen in het gericht van Delwynen en in de eeninge van Zuylichem, te verkopen
NB: Met de zegels van de oorkonders in groene was.
Datering: Dit gescyeden in den jaer ons Heren dusent vijffhondert negen ende derttich den vierden dach in Octobri.
Deze akte is samen met de akte van 18 december 1539, die hierna onder hetzelfde inventarisnummers is opgenomen, geschreven op één blad perkament (charter).
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1897 - Regest nr. 131
18-12-1539. Akte waarbij Reyner van Aesswijn, Simon van Bueren en Baldewijn van Welderen, schepenen te Zuylichem, oorkonden, dat de gezworen bode van de hertog van Gelre in Boemelderwerdt, Guert Rynersz., verklaard heeft, aan de kerk van Kerckwijck te hebben afgekondigd, dat de goederen van Aelbert die Vriesse te koop waren, en oorkonden verder, dat Aelbert Jansz. als gevolmachtigde van de burgemeesters van Zaltboemell die goederen heeft verkocht aan Reyner van Aeswijn.
Met de licht geschonden zegels van de oorkonders in groene was.
Datering: Gegeven in den jaer ons Heren dusent vijffhondert negen ende derttich des Donderdachs voor Sunte Thomas' dach den heyligen apostell.
Deze akte is samen met de akte van 4 oktober 1539, die hiervoor onder hetzelfde inventarisnummers is opgenomen, geschreven op één blad perkament (charter).
Transfix.
Aanhangend: 19-12-1539
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1897 - Regest nr. 132
19-12-1539. Akte waarbij Reyner van Aeswijn, Symon van Bueren en Baldewijn van Welderen, schepenen te Zuylichem, oorkonden, dat Reyner van Aeswijn voornoemd verkocht heeft aan Aelbert Jansz., ten behoeve van de burgemeesters en de stad van Zautboemell, de akte van 18 december 1539, waardoor deze gestoken is, en hetgeen daarin is vermeld.
NB: Met de licht geschonden zegels van de oorkonders in groene was.
Datering: Gegeven in den jair ons Heeren dusent vijffhondert ende negen ende derttich des Vridachs voer Sunte Thomas' dach den heyligen apostell.
Transfix.
Hangt aan: 18-12-1539
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1898 - Regest nr. 133
07-03-1540. vestiging van een thijnsbrief ten laste van Aert van Tuijl van 6 pond jaarlijks.
Scepen Peter Maess., Merten Ingenhuijs qd Willem Dircksz.
van Wijck ut tutor uxoris vendidit elcx voor L Lb 50 pond etc die helft
van ij 2 thijnsbrieven ieder van ses gulden jaerlicx staende beijde
ten laste Aert van Tuijll vanden welcke die ander helft aff toe coompt
Wolter Kreeft vanwegen sijnre huysfrouwe Jenneken za. Peter
Maessdr. den eene dateert 1538 XX-en october, den anderen 1540
op sondag Letare Jherusalem elcx cum una transfixa. Wolter Kreeft
voerscr. possidendam cum warandia plena Date desen ij 2 tranfixen
XI-en septembris.
Zondag Letare was 7-3-1540.

vermelding van een tijnsbrief op 11-9-1583 in de archieven van de Bank van Zuilichem.
Zie inv. 670, f. 97verso van de bank van Zuilichem
scan nr. 100 (linksboven)
Bron: Overigen
16-06-1540. Akte waarbij Symon van Bueren en Goessen van den Oever Baeyensz., schepenen te Zuylichem, oorkonden, dat Reyner van Aeswijn beloofd heeft, met Pasen eerskomende tweehonderd goudguldens te zullen betalen ten behoeve van de stad Zautboemell.
NB: Met de zegels van de oorkonders in groene was.
Datering: Gegeven in den jaer ons Heren dusent vijffhondert ende veertich den sestyenden dach Junii.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1866 - Regest nr. 135
21-05-1541. transport van tijnsbrief van 1528
bron: 3287 Inventaris van de archieven van de Hervormde Gemeente Gameren
Inv. 468, akte van 6-12-1639 met daarin verwijzingen naar 1528, 1541, 1549, en 1561.
Transfix.
Hangt aan: 14-04-1528
Aanhangend: 13-01-1549
Bron: Overigen
11-05-1542. Goert, Goris en Adriaen Marsz, gebroeders, hebben verkocht voor 100 pond, 20 hont land in het gericht van Delwijnen aan Frederick Torck van Hemert. Ten overstaan van Frederick van Dorn en Goriss van Horme Ariesz, schepenen te Zuijlichem, 1542 mei 11. 1 charter.
N.B. Op perkament, van de uithangende zegels is het eerste in groen was aanwezig, het tweede afgevallen.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 300
26-03-1544. Voor Coenraet van Zwivell en Jan die Cock van Delwijnen schepenen in Zuijlichem verkoopt Alijt van Haeften de vorige thijns brief aen Jan van Haeften.
Transfix.
Hangt aan: 1535
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Van Randwijck en Huis Rossum)
10-02-1545. Stees van Hemert bekent schuldig te zijn aan de erfgenamen van Wouter Ghijsberts een erfthijns van 3 gulden, jaarlijks te betalen op 10 februari, uit 3 morgen land, gelegen in het gericht van Delwijnen. Ten overstaan van schepenen van Zulichem, 1545 februari 10. 1 charter
N.B. Op perkament, gecancelleerd, de zegels ontbreken.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 305
25-04-1545. Akte waarbij Symon van Bueren en Coenraet van Ztuivell, schepenen te Zuylichem, oorkonden, dat schepenen, burgemeesters en raad van de stad Zaltbommel eenerzijds en Frederick van Doern ter andere zijde de overeenkomst hebben gesloten van 28 juni 1545 (sic!), welke hier is geïnsereerd, waarbij schepenen, burgemeesters en raad van de stad Zaltboemel een overeenkomst sluiten met Frederick van Doern, waarbij deze voor twaalfhonderd carolusguldens de goederen koopt, welke de stad krachtens uitspraak van de raden van de vorst van Cleeff, regerende vorst van Gelder en Zutphen, verkregen heeft van Reyner van Aeswijn, heer tot Braekell.
NB: Met de zegels van de oorkonders in groene was.
Datering akte 25 april 1545: Gegeven in den jaer ons Heeren dusent vijffhondert ende vijff ende veertich des Saeterdachs voer Mey.
Datering akte 28 juni 1545: Datum den acht ende twintichsten Junii anno etc. vijff ende vertich.
De akten waren opgenomen als regesten 153 (25 april 1545) en 154 (28 juni 1545) in de gedrukte inventaris van Van de Ven. Aangezien het insereren van een jongere akte in een oudere feitelijk niet mogelijk is, moet een van beide data foutief zijn.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1083 - Regest nr. 153
12-07-1546. Schepenen: Simon van Bueren en Jan Ariensz
Wij Simon van Bueren ende Jan Ariensz schepenen in Zulichem tuijgen dat voor ons comen is Jan van Haeften heer tot Gameren ende heeft gelooft sijnen brueder Alardt van Haeften heer tot Calbeck tot sijnen gesinnen offte tot sijnen erven gesinnen te voldoen voor den leenheer wes Jan van Haeften voorsz. sich verplicht heeft in eenigen cedullen die Jan van Haeften vsz. beteijckent heeft ofte in eenigen schepenen brieven die Jan van Haeften sijnen brueder Alaert van Haeften gegeven mach hebben tot desen daghen toe ingevall Johan van Haeften vsz. off sijnen erven alsulcke gelooften voorsz. niet en voldeden ofte sich daer weijgerich in lieten vinden, soo sullen Alaert van Haeften ende sijnen erven sulcx mogen verhaelen ofte inwerven tot onsen landtrecht. In oirconde onser letteren Gegeven inden iaer ons heeren dusen vijff hondert ende ses ende veertich op sunte Margrieten avont.
Ende was met twee zegelen van groenen wassche uijthangende bezegelt.
Afschrift in ORA Zuilichem, inv. 672, folio 157.
Bron: Overigen
12-07-1546. Simon van Bueren en Jan Ariensz
Wij Simon van Bueren ende Jan Ariensz schepenen in Zulichem tuijgen dat voor ons comen is Johan van Haeften heer tot Gameren ende heeft gelooft Alardt van Haeften heer tot Calbeck sijnen brueder ende sijnen erven nu ende ten ewigen daghen schadeloos te halden ingevall Alaert van haeften vsz. off sijnen erven eynigen hynder ofte schaede gecrege ofte vercrijgen mochte op eynige guederen gelegen inder eeninge van Zulichem, ofte in Bommel, Bommelreweert ofte in Tielreweerdt die Jan van Haeften ende Alaert van Haeften voorsz. .. etc, etc ....
Gegeven inden iaer ons heeren dusent vijff hondert ende ses ende veertich op sunte Margrieten avont.
Ende was mede met twe zegelen van groene wassche uijthangende bezegelt.
Afschrift in ORA Zuilichem, inv. 672, folio 157.
Bron: Overigen
12-10-1546. Symon van Bueren en Jochem van Gyessen, schepenen te Zuylichem, oorkonden, dat Jenniken, weduwe
van Danelt Arntss., tegenover meester Hubert die Gyer, priester, op zich genomen heeft een
dijkgedeelte, groot 37½ voet, in de Ledennaer te Aelst, alsmede een dijkgedeelte, groot 9 voet,
eveneens te Aelst, behorende bij 3½ morgen land aan die Loo te Delwijnen, dat partikuliere eigendom
van meester Hubert is, 6 jaren lang te onderhouden, gedurende welke tijd Jenniken vrijgesteld zal zijn
van de betaling van een tijns van 2 gulden 's jaars, gaande uit een hofstede te Kerckwijck, genaamd dat
Paradijs, haar toebehorende, die zij aan meester Hubert als vicaris schuldig is.
A) Oorspr. (inv. nr. 1226)
Met het geschonden zegel van de eerste oorkonder.
B) Afschrift (midden 16de eeuw), in inv. nr. 1171, fol. 2 gewaarmerkt door de notaris Alberti.
Nationaal Archief, Den Haag; archiefinventaris nr: 2.21.115
Inventaris van het archief van het geslacht Mackay van Ophemert en aanverwante geslachten, 1370-1968 (1994)
regest nr. 72
Bron: Overigen, inv. 1171
10-02-1547. Wolff van Ztuivell en Jan die Cock van Delwynen, schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat de gezworen bode van den hertog in Boemelderwerde op verzoek van de kerk- en Heilige-Geestmeesters te Zuylichem na voorafgaande aankondiging in de kerk aldaar verkocht heeft de goederen van vele met name genoemde personen, wegens het niet betalen van pacht, aan Wouter Cornelis' zoon. Gegeven in den jair ons Heren dusent vijffhondert ende soeven ende vertich den tyenden dach in Februario. Oorspr. (Inv. no. 90); met de zeer geschonden zegels der beide oorkonders in groene was. Door dezen zijn gestoken de brieven d.d. 1547 Februari 11 en 1547 Februari 12 (Reg. nos. 55 en 56).
Datering: 1547 Februari 10
regest 54
Transfix.
Aanhangend: 11-02-1547
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 90
11-02-1547. Wolff van Ztuivell en Jan die Cock van Delwynen, schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat Wouter Cornelis' zoon wettig eigenaar is van de door hem gekochte goederen, bedoeld in den brief d.d. 1547 Februari 10 (Reg. no. 54), waardoor deze is gestoken. Gegeven in den jair ons Heeren dusent vijffhondert ende soeven ende vertich den ylffsten dach in Februario. Oorspr. (Inv. no. 90); met de geschonden zegels der beide oorkonders in groene was. Door dezen is gestoken de brief d.d. 1547 Februari 12 (Reg. no. 56).
Datering: 1547 Februari 11
regest 55
Transfix.
Hangt aan: 10-02-1547
Aanhangend: 12-02-1547
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 90
12-02-1547. Wolff van Ztuivell en Jan die Cock van Delwynen, schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat Wouter Cornelis' zoon overgedragen heeft aan de kerk- en Heilige-Geestmeesters aldaar de rechten, voortvloeiende uit de brieven d.d. 1547 Februari 10 en 1547 Februari 11 (Reg. nos. 54 en 55), waardoor deze is gestoken. Gegeven in den jair ons Heren dusent vijffhondert ende soeven ende vertich den tvelffsten dach Februarii. Oorspr. (Inv. no. 90); met de zeer geschonden zegels der beide oor konders in groene was.
Datering: 1547 Februari 12
regest 56
Transfix.
Hangt aan: 11-02-1547
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 90
13-01-1549. transport van tijnsbrief van 1528
bron: 3287 Inventaris van de archieven van de Hervormde Gemeente Gameren
Inv. 468, akte van 6-12-1639 met daarin verwijzingen naar 1528, 1541, 1549, en 1561.
Transfix.
Hangt aan: 21-05-1541
Aanhangend: 07-12-1561
Bron: Overigen
03-09-1549. Akte waarbij Coenraet van Ztuivell en Jan Arensz., schepenen van Zuylichem, oorkonden, dat Evert van Doern voor hen zijn testament heeft gemaakt, waarin o.a. legaten worden besproken aan de kerk en het kapittel van de stad Boemell.
NB: Met het zegel van de eerste oorkonder en een fragment van dat van de tweede oorkonder, beide in groene was.
Datering: Gegeven in den jaer ons Heeren dusent vijffhondert ende negen ende viertich den dorden dach der maent Septembris.
Dit testament wordt notarieel bekrachtigd in inv. 1907, datum 10 mei 1550, hier niet opgenomen.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1906 - Regest nr. 164
1551. Wolff van Zwieffel en Jan Arens schepenen in Zuilichem etc
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Transfix.
Hangt aan: 02-11-1526
Aanhangend: 18-03-1578
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
1551. Wolff van Zwivell en Jan Aers schepenen in Zuilichem
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Transfix.
Hangt aan: 1528
Aanhangend: 18-03-1578
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
11-03-1551. Frederick van Doern en Jan Arnssen, schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat Alart van Haeften, als
erfgenaam van Dirck van Haeften, Joachim van Gyessen als voogd van zijn vrouw, erfgename van
Joost van Braeckell, van alle verplichting tot vrijwaring van een tiend te Delwijnen, die Joest aan Dirck
had overgedragen.
Oorspr. (inv. nr. 1296).
De zegels van de beide oorkonders zijn verloren.
Nationaal Archief, Den Haag; archiefinventaris nr: 2.21.115
Inventaris van het archief van het geslacht Mackay van Ophemert en aanverwante geslachten, 1370-1968 (1994)
regest nr. 74
Bron: Overigen, inv. 1296
22-06-1552. schepenen Coenraedt van 't Swivel en de Ruijter
potlood: (1552) uitweg
Anno etc LII den XXIIen dach Junij voer scepenen Coenraedt van 't Swivel ende Ruijter
so hebben Mr. Arien Schoick heer Henrick van Doesburch als rentmr. des capittels tot Bommel inden
tijt ende heer Gielis die Groot canonike tot Bommel inde naem ende van wegen des voirscr.
capittels ende voir scepenen voirsz. geeijschet alsulcke gelde als zaliger Jan Willemsz. of sijne
wedue of erfg. tot behoif des voirsz. capittels onder scepenen van Suylichem geleet mogen
hebben ende den voirsz. capittel of hoiren rentmr. onthalden hebben ter cause van eenen
wech welcke die voirsz. Jan Willemsz. of die sijnen voirsz. gewesen wolden hebben wair
duer sij uut ende in wegen solde tot des capittels voirsz. lant welcke Jan Willemsz.
voirsz. vanden capittel voirsz gehuyrt heeft. Ende die voirsz. heren hebben van des
capittel wegen hem gewesen den wech dair sij dus lang duer uut ende in geweecht
hebben ende in possessie ende gebruyck af sijn, ter tijt toe sij die heren des voirsz. capittels of die wedue ende erfg. van? voirsz. eenen
anderen wech wesen dair men met beteren recht duer hoerden te wegen.
potlood: 34
Bron: Archief van de kerkfabriek en het kapittel van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel, 15e-16e eeuw, inv. 20
10-07-1552.
... qd Willem Artzen van Shertogenbosche vendidit voer L Lb. etc. eenen waerschap brieff inder bancke van Zulichem ( daer Goessen Folckensz gelooft te waren Jenneken wed. Lambert vanden Kerckhoff za. drie mergen lants in Tielreweert daer van 5,5 hont gelegen tot Ophemert noch 5,5 hont tot Varick opten Baeck ende 7 hont op Heessel gelegen dateert die waerschap brieff van Zulichem vsz 1552 den x Julij ) Steven Hanricksz, Goosen Otten ende Arndt Hanricksz possidendhem cum warandia .. etc .... 2-6-1612.
Tekst in ORA Zuilichem, inv. 671, f. 277
Bron: Overigen
1554. Wolff van Zwivel en Jan Arens schepenen in Zuilichem etc, 1554.
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Transfix.
Hangt aan: 1538
Aanhangend: 18-03-1578
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
1554. Wolff van Zwivel en Jan Arenssen schepenen in Zuilichem etc, 1554.
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Transfix.
Hangt aan: 1539
Aanhangend: 18-03-1578
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
1555. Akte van bevestiging door schepenen van Zuilichem voor Reinier vein Azewijn van
het beslag, gelegd op het huis van Arnout de Wijsse.
1555
1 charter
Bevindt zich bij de Hoge Raad van Adel, 's-Gravenhage
Nationaal archief
Inventaris van het archief van de familie Van Matenesse en van de Heerlijkheid Matenesse, 1251-1917
archiefinventaris nr. 3.20.39
(zie pagina 143 vd inventaris)
Bron: Overigen
27-02-1555. Henrick vander Voert en Claes Weerdt Hubertss. schepenen in Zuilichem.
Wij Henrick vander Voert ende Claes Weerdt Hubertss. scepenen
in Zuylichem tuygen dat voir ons comen is Arien Ghijsbertss. ende
heeft geloift meijster Hubert de Ghier priester als provisoir inder
tijt eens gasthuys gelegen tot Bommel aen die noirden sijde van den
kerckhof geheijten here Ffrederick Moliaerts gasthuys ende tot
behoef der armen vrauwen inden voirss. gasthuys wonende thijns
drie gauden keijsers carolis gulden genge ende geef twentich stuver
der munte van brabant voir datum van desen geslagen voir elcken
carolis gulden voirss. gerekent op Sinte Peters dach ad cathedram
naestcomende ende dair na voert alle jaer ewelicken te betalen
op Sinte Peters dach voirss. tot eenen thijns recht den provisoer
inder tijt vanden gasthuys tot behoif der armer vrauwen
dair in woenende commer vrij ende sonder enige corringe van als
te betalen ende te boeren uut eender hofstat haldende eenen halven
mergen stijf met alle oeren poetinge timmeringe ende toebehoeren
gelegen inden gericht van Bruechem op die cortte beuninge Jacop
Arienss. erven oistwairt die crange westwairt erfg. Arnt Rug-
bertss. noirdtwairt van die gemeijn weteringe zuytwairt,
voirt uut alle sijnen gueden die hij nu ter tijt heeft ofte ver-
crijgen mach. Welcken thijns voirss. weert saick dat hij alle
jair ewelicken opten termijndach der betalinge voirss. niet betailt
en weer, dan so sal dair alle dagen dair naest volgende
een peen van eenen halven stuver geng ende geef opten thijns
voirss. wassen ende gaen. Welcken peen te gader metten thijns voorss.
den provisoir inder tijt tot behoif der armen vrauwen voirss.
verhalen sal ende mach uutten gueden voirss. wanneer hij's niet
langer en sal willen beijden. Ende Arien Ghijsbertss. voirss. geloefde
oick meijster Hubert voirss. als provisoir voirss. van tot behoif
voirss. den thijns voirss. te waren uutten gueden voirss. ende voirt
met volner wairscappen ten ewigen dagen als recht is voer
allen die ghenen die ten recht comen willen. Ende arien Ghijsbertss. voorss.
geloeft alle jair den eenen pacht uutten anderen te halden op ver-
vallen te sijn vanden onderpanden voirss. tot behoif den armen voorss.
Met vorwaerde toe gedaen als dat Arien Ghijsbertss. voirss. den
thijns voirss. altijt af sal mogen lossen op eeniger termijn dach voirss.
inden yersten met alle onbetaelde verschenen thijnssen ende dair na
met vijftich keijsers gulden als voirss. of payment daer voir als voorss.
voir die losse des thijns voorss. van dat aen handen des provisoirs
des gasthuys voirss. in tegen woirdicheijt van drijen ofte meer
der canoniken tot Bommel. Ende tot wat tijden dese thijns voorss.
gelost sal worden dat salmen den provisoir inder tijt een
half jair voer den dach der lossen op seggen. In oirconde onser
litteren gegeven inden jair ons Heren dusent vijfhondert ende vijf
ende vijftich den soven ende twentichsten dach in ffebruario.
bron: Gelders Archief,
Cartularium van het Gasthuis van Frederik Moliaert aan het Kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566.
handschriftenverzameling, archiefblok 0508
inv. nr. 440
Bron: Overigen, inv. 440 (f.12v+13)
07-12-1557. schepenen te Zuilichem Alaert van Haefften, heere tot Ophemert en Albert die Ruyter
Wij Alaert van Haefften, heere tot Ophemert ende Albert die Ruyter, scepenen in Zuylichem tugen dat ick Alert van Haeften voerscr. vercoft ende opgedragen hebb voir hondert pont gever penningen die ick gyede dat mij betaelt sijn den brieff daer deesse tegenwoerdige brieff doorsteken is ende allet tgehaut des brieffs gelijck als daarin gescreven steet Jan die Groot in enen eijgendom erffelicken te besitten soe ick die besitt ende gebrukt hebb uuyt en nae inhalt eender permutaci cedulle. Ende ick Alaert van Haeften voers. verteech opten brieff voers. ende op allet tgehaut des brieffs etc. In oirconde etc. datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 169-3
Transfix.
Hangt aan: 18-05-1536
Aanhangend: 07-12-1558
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
07-12-1558. schepenen van Zuilichem Ffrederick van Doern en Henrick vander Voert
Wij Ffrederick van Doern ende Henrick vander Voert, scepenen in Zuylichem tuigen dat voer ons comen is Jan die Groot ende heeft vercoft ende opgedragen voer hondert pont gever penningen die hij gyede dat hem betaelt zijn die brieven daer deese tegenwoerichen brieff doersteken is ende allet tgehaut der brieven gelijck als daer in gescreven steet, Alaert van Haeften, heere tot Ophemert in eenen eijgendom erffelick te besitten ende te gebruycken ende Jan die Groot voers. verteech op die brieven voers. ende op alle tgehaut der brieven etc. In oirconde etc. datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 169-3 en 169-4
Transfix.
Hangt aan: 07-12-1557
Aanhangend: 19-03-1580
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
04-07-1561. Joest Turck bekent schuldig te zijn aan Maricken, weduwe Johan Maesz, een erftijns van 15 Carolus gulden uit goederen in het gericht van Delwijnen en Zuijllichem, losbaar met 250 Carolus gulden. Ten overstaan van Gerrit van Berckel en Aernt van W.teren, schepenen in Zuijllichem, 1561 juli 4; getransfigeerd aan de akten van 24 september 1596 en 23 januari 1602. 1 charter
N.B. Op perkament, met de uithangende zegels in groen was der schepenen.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 345
29-10-1561. schepenen in Zuylichem:
Huybert van ...
Gerit van B...
Frederick Geritss. van der P.. heeft geloifft Gerit Jacobss. van Venlo een tijns van XII carolus keijser gul[den] te betalen "uuyt huys ind hoffstadt mitten hoplandt daer after aengelegen" in den gerichte van Bruchem.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 216
Transfix.
Aanhangend: 27-01-1568
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
07-12-1561. transport van tijnsbrief van 1528
bron: 3287 Inventaris van de archieven van de Hervormde Gemeente Gameren
Inv. 468, akte van 6-12-1639 met daarin verwijzingen naar 1528, 1541, 1549, en 1561.

Datering: des anderen daeghs nae St. Nicolaes Bisschop: 7 december
Transfix.
Hangt aan: 13-01-1549
Bron: Overigen
30-08-1563. Aert Gerrits van Tiel, als getrouwd hebbende Bertgen Willems dochter, vroeger weduwe van Hanricx de Haer, bekent schuldig te zijn aan Splinter van Voorn, als rentmeester van jr. Diederick van Wijlich heer van Monicklant, enz. 1281 keizers Carolus gulden te betalen in 7 termijnen. Ten overstaan van Frederic van Doern en Adriaen die Cock van Delwijnen, schepenen in Zuilichem, 1563 augustus 30. 1 charter
N.B. Op perkament, met de uithangende zegels in groen was der schepenen.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 347
14-07-1564.
"Extract uyt den Signate van Zuylichem de A. 1564."

"Voor Schepenen Ott van Oever ende Teunis Ge-
ritsen heeft heer Egbert Ter Brugge priester, pastoor
tho Braeckel met sijnen gecoren momber vercoft ende
opgedragen stilo communi, alle sijne erffenisse ende
guederen, ruerende ende onruerende, reede ende on-
reede, 't sij van gelt, gout, silver, gemunt ende on-
gemunt, bedden, linnen, tinnen, wollen, huysraet,
beesten ende alle sijne schulden, soo als heer Egbert
voors. 't selve nu tegenwoordelijck besit ende metter
doot ruijmen sal, inden gerichte van Braeckel voors.
gelegen, ende onder de Eeninge van Zuylichem, ende
in als niet van den guederen voors. uvtgesondert; Eli
sabet Ghijsberts dochter sijnd' meecht met haeren kijn-
deren (die) heer Egbert voors. bij haer heeft geprocreert,
ende alnoch procreeren mach, in eenen eijgendom
erffelicken te besitten ende te hebben , ende gelijcke-
licken parts partsgewijse tho deijlen en te participeren
nae dootelicken affganck heer Egbert voors., ende heer
Egbert cum tutore electo voors. verteech opte guederen
voors. stilo communi ende gelooffden te waeren cau-
tione plena, ende alle voorplicht aff te doen van den
selven; met conditien toegedaen off eenich vanden kijn-
deren voors. afflijvig worden sonder achter te laeten
echte blijvende blijckelijcke geboorte, aal altijt des
overiedens deel ende naegelaten guederen comen ende
sterven met vollen recht opte ander kijnderen dan in-
den leven sijnde, ende soo voors. van het een kijnt op
te andere kijnderen, soo lange eenige van dien leven
sullen, ofte bij alsoo alle d' voors. kijnderen quaemen
te sterven , sonder achter te laeten echte geboorte wie
voors. sullen de overblijvende guederen van den kijn-
deren voors. erven ende sterven met vollen recht op
Elisabets Gijsberts dochter voors., ende alsdan nae
haerder alle overlijden als voors., sullen alle de over-
bleven guederen voors. erven ende sterven op het
naeste bloet heer Egberts voors. ende op niemants an-
ders, ende dit allet conditicn tot heer Egberts voors.
kennelijrk wederseggen. Actum den veerthienden Julij
Ao. XVc, vier ende sestich."

"Verclair ick onderschreven als Se-
cretaris des hoogen gerichts van
Zuijlichem dat dit bovenstaende Ex-
tract accordeert met het origineel
siguaet off prothocol der hoger Ge-
richsbanke van Zuijlichem voors.

Johan de Cocq s. in Z."
boek;
Archief voor kerkelijke geschiedenis, inzonderheid van Nederland,
verzameld door N.C. Kist en H.J. Royaards,
Hoogleeraren te Leiden en Utrecht.
Sestiende Deel.
Te Leiden bij S. en J. Luchtmans, 1845.

Artikel: p.295-305:
Bijdrage tot de geschiedenis van den ongehuwde staat
der Geestelijken. Door N.C. Kist.

Beschikbaar via:
https://books.google.nl/books?id=g8oWAAAAQAAJ&pg=PA302&dq=schepenbank+zuilichem&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiFnpHLqNvQAhVmAZoKHeeGDhMQ6AEIKzAB#v=onepage&q=schepenbank%20zuilichem&f=false

op p.302 staat een transcriptie van deze akte van
de bank van Zuilichem anno 1564.
Bron: Overigen
03-02-1566. regest 128.
Johan Turck van Aelst en Wolter Tuenisz., schepenen in Zuylichem, oorkonden, dat Jan Petsrsz. 5 hont land, gelegen te Aelst, bezwaard met een tyns van 25 brabantsche stuivers aan den Heiligen Geest te Aelst, verkocht heeft aan Dirck Gheritsz.
Oorspr. (inv. no. 418). Met de zegels der beide oorkonders. Met 3 transfixen van 1599 December 19, 1619 Januari 1 en 1619 Januari 1.
Datering: 1566 Februari 3
Gelders archief; archief: 0372 Huis Ammerzoden
Bron: Overigen, inv. 418
13-10-1566. Obligatie van 140 gulden op door Adriaen die Cock aan Hanrick die Groot, gerelateerd aan een schuldbrief van de kerk van Tuil, voor schepenen van Zuilichem.
Wij Ghijsbert Jansen ende Ghijsbert van Werdenburch scepenen in Zuijlicum tugen dat voir ons comen is Adriaen die Cock, undt heefft gheloeft Hanrick die Groot hondert veertich Carolusgulden und darthien stuvers van Brabant ghefaluweert, ijder voirscreven gulden ad tweintich stuvers Brabant ghefaluweert gherekent op Sunte Martiusdach in den wijnter toecomende, nemptelijck den elfsten dach Decembris in anno den seven ende sestich te Saltboemel ende sijn vrij seker behout op verval van dubbel ghelt tot onssen lantrecht te betalen. Bij{sonder} so dat Hanrick die Groot voirgenoempt bij gebreck der voirscreven betalinge die voirscreven penningen sal moghen uuijts{oecken} met {pro}cuduire als des heren verwonnen scult sonder enighe pantkeringe daer teghens te ghe{scieden ende} sulcke voorbehalt, dat desen brieff nimmermeer en sal bejaren noch bedagen ter tijt toe ende so {lange} den lesten penning ende interessen ijersten inhalts brieffs betaelt sijn sal. Hercomende dese scult voirscreven van {seckeren} brieff ende andere scult so sij seijden die de kercke van Tuijl sculdich was Hanrick die Groot. In oirconde onsser letteren ghegeven int jaer ons heren duijsent vijff hondert ses ende sestich den darthienste dach Octobris.
Berens {1}, secretaris.
1. Beris?
Beschadigd.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 205
10-11-1566. Jr. Joost Turck bekent verkocht te hebben aan Hanrick Stael een huijs, hofstadt en gheseet met toebehoren, gelegen in het dorp van Hemert aan de Wiel. Ten overstaan van Ghijsbert Jansz en Ghijsbert van Werdenburch, schepenen in Zuijlicum, 1566 november 10. 1 charter
N.B. Op perkament, met de uithangende zegels in bruin was der schepenen, ondertekend Balen.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 354
21-11-1566. Cornelis Ghijsbertsz bekennen schuldig te zijn aan Splinter van Voern, als rentmeester van jr. Dirck van Wijlich, Cleeffscher erfhoffmeester, amptman en heer van Monniklant, een thijns van 6 Carolus gulden jaarlijks op St. Jacopsdach te betalen, uit een huis en hofstad in den gerichte van Brackel, losbaar met 100 Carolus gulden. Ten overstaan van Claes Pieck tho Beesd en Renoy en Ghijsbert Jansz, schepenen in Zuijlichem, 1566 november 21. 1 charter
N.B. Op perkament, van de twee zegels is nog aanwezig uithangend in groen was dat van Ghijsbert Jansz, ondertekend Balen.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 355
27-01-1568. schepenen in Zuylichem:
Ghijsbert van Wee(r)denburch
Dirck van der Horst
Gerit Jacopss. van Venlo heeft den tijnsbrief verkocht voor honderd pond [aan] Elisabeth, wed. Roel. Moeliaertsz.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 216
Transfix.
Hangt aan: 29-10-1561
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
27-05-1572. Frederick van Doern en Ghijsbert van Braeckell, schepenen in Zulichem, oorkonden, dat Sophia Gerits beloofd heeft aan den Heilige-Geestmeester aldaar, een som geld te zullen betalen in twee termijnen ten behoeve van de armen aldaar. Gegeven in den jaer ons Heren dusent vijffhondert twee ende tsoeventich den soeven ende twentichsten dach Mey. Oorspr. (Inv. no. 94); de zegels der beide oorkonders zijn verloren.
Datering: 1572 Mei 27
regest 61
Bron: Heerlijkheid Zuilichem, inv. 94
1578. Adriaen van Beest van Renoij en Gijsbert van Waerdenburg schepenen van Zuijlichem getuigen etc.
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
1578. Adriaen van Beest en Renoij en Gijsbert van Waerdenborch schepenen in Zuilichem etc.
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
18-03-1578. Adriaen van Beest van Renoij en Hendrick Pieck schepenen in Zuilichem etc, 1578.
"Jan die Raet vendidit etc Wouter Henricksz vier thijnsbrieven"
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.

Toegevoegde info gevonden in ORA Zuilichem, inv. 670, f. 8v.
Transfix.
Hangt aan: 1551
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
18-03-1578. Adriaen van Beest van Renoij en Hendrick Pieck heer van Tienhoven schepenen in Zuilichem etc, 1578.
"Jan die Raet vendidit etc Wouter Henricksz vier thijnsbrieven"
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.

Toegevoegde info gevonden in ORA Zuilichem, inv. 670, f. 8v.
Transfix.
Hangt aan: 1554
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
18-03-1578. Adriaen van Beest van Renoij en Hendrick Pieck heer van Tienhoven schepenen in Zuilichem etc, 1578.
"Jan die Raet vendidit etc Wouter Henricksz vier thijnsbrieven"
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.

Toegevoegde info gevonden in ORA Zuilichem, inv. 670, f. 8v.
Transfix.
Hangt aan: 1554
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
18-03-1578. Adriaen van Beest en Renoij en Hendrick Pieck heer tot Tienhoven schepenen in Zuilichem, 1578.
"Jan die Raet vendidit etc Wouter Henricksz vier thijnsbrieven"
Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.

Toegevoegde info gevonden in ORA Zuilichem, inv. 670, f. 8v.
Transfix.
Hangt aan: 1551
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
19-03-1580. schepenen te Zuilichem Dirck Pieck en Peter Maess
Wij, Dirck Pieck ende Peter Maess, scepenen in Zuylichem, tuygen dat voer ons comen is Reijner van Haeften, heere to Ophemert ende heeft vercoft ende opgedragen voer hondert pont gever penningen die hij ghiede dat hem betaelt sijn die brieven daer dese tegenwordige brieff doersteecken is ende allet gehalt der brieven ghelijck daer inne geschreven staet Herman Sloot Antonissen erffelick to hebben ende to besitten. Ende Reijner van Haeften verteech daer op tot behoeff Herman Sloot Antoniss. voerscr. ende geloeffde doen vershijen allen die mit recht van sijnen twegen daer op vershijen sullen ende van sijnen twegen ten ewigen dagen to waren als recht is tegen allen die ten rechte comen willen ende alle voerplicht aff te doen van sijnen twegen. In oirconde onser letteren gegeven in den jaere ons Heeren dusent vijffhondert ende tachtentich den negenthiensten dach Meert.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 169-4 en 169-5
Transfix.
Hangt aan: 07-12-1558
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
19-03-1580. schepenen te Zuilichem Dierck Pieck en Peter Maess
Transfix I anno 1580 Maart 19.
Wij, Dierck Pieck ende Peter Maess, scepen in Zulichem, tuygen dat voer ons comen is Reijner van Haeften, heere to Ophemert ende heeft vercoft ende opgedragen voor hondert pont gever penn. die hij ghiede dat hem betaelt sijn den brieff daer dese tegenwoerdige brieff doersteecken is ende allet gehalt des brieffs, ghelijck daer inne geschreven staet mit noch alle vorder bescheijt der thiende daerinne benoempt ennichsins aengaende ende onder gemelte Reijner berust ende weer, Herman Sloot Antoniss. erffelick to hebben ende to besitten. Ende Reijner van Haeften voerscr. verteech daerop tot behoeff Herman Sloet voers. ende geloeffde doen verthijen allen die mit recht van sijnen twegen daer op verthijen sullen ende van sijnen twegen ten ewigen dagen to waren als recht is, tegen allen die te rechte comen willen ende alle voerplicht aff to doen van sijnen twegen. In oirconde onser letteren gegeven in den jaere dusent vijff hondert ende tachtentich den negenthiensten dach Meert.
E. de Bye s. in Z.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 177-3 en 177-4
Transfix.
Hangt aan: 07-12-1526
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
25-10-1584. schepenen Peter Maesz. en Marten Ingenhuysz.
Aerndt Schoock Hanricksz. belooft een tijns van 27 gulden 6 stuiver 2 1/2 oort aan het gasthuis van Saltboemel, uit 13 1/2 mergen 1 hont land te Bruchem op die Enckfoort{?}
bovenschrift: Bruechem

marge: Soeven ende twintich gulden ses stuver dordalft oort stuver

Wij Peter Maesz. ende Marten Ingenhuysz. scepen in
Zulichem tuygen dat voir ons comen is Aerndt Schoock
Hanricksz. ende heeft geloefft Cornelis Jansz. ende Herman
Sloot als gasthuysmeesteren inder tijt ende tot behoeff des Gasthuys
van Saltboemel erffthijns soeven ende twintich carolus
gulden ses stuver en dordalff oort stuvers tot twintich stu-
ver ter tijt der betalinghe binne Saltboemel gengbaer den
gulden voirss. gereeckent op St. Merten den elfften novem-
bers toecomende en soe voirt jaerlicx ewelick tot eene erf-
thijns recht te betalen uuyt vierthiendalve mergen lants
ende een hont gelegen inden gerichte van Bruechem op
die Enckfoort?, soe die in oir bepalinghe aldaer gelegen
en van de gasthuys van Boemel her gecomen sijn ende voirt
vuyt alle sijne gueden hij nu heefft off nae vercrijgen
mach onder die banne van Zulichem gelegen. Welc-
ken erffthijns voirss. weert saecke dat die alle jaer op
termijn voirss. niet betaelt en worde, soe dan alle weec-
ken daer na volgende eenen peen van vierthiendalve
stuver opten thijns voirss. wassen ende gaan, welcken peen
sall metten erffthijns voirss. die gasthuysmeesteren inder tijt
uutten onderpanden en alle goets als voirss. verhalen sullen
moegen wanneer sij niet langer beiden en willen. Ende
Aerndt Schoock voirss. geloefden oeck den gasthuysmeesteren inder
tijt als voirss. den erffthijns metter peen voirss. vuytten on-
derpande en alles goets als voirss. ewelicken te waeren
als recht is tegen allen die ten rechte comen willen met
... noch? vander? vestenissen voirscreven des aengaende
te daer? mander? ... kenne tot voir.... ver....
armen, alltijt alsmen hem des .........de is. Ende desen? thijns
jaerlicx tot eene erfthijns ... te betaelen? sijnder ewige
losse daer aen te behalden. In oirconde onser litteren. Gegeven
int jaer ons Heeren duisent vijfhondert vier en tachtentich den
vijfentwintichste dach Octobris

marge: 1584

Ende ... onderteekend E. de Bye. Ende met twee der
schepenen in groene wasse uuythangen zegelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 113, f.111, rechts onder en scan 114, f.111v, links boven
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.162+162v)
30-04-1585. Hubert van Doeren en Adriaen van Beesd van Reynoy, schepenen in Zuylichem verklaren tot gerechtelijke verkoop te hebben besloten van een hofstad c.a. te Zuylichem, toebehorende aan Ariaen Salomonsz, die hieruit een thijns van 3 Car. gld. schuldig is aan Jr. Dierck Pieck.
Oorspr. (Inv.nr. 139). Onder deze acte is die d.d. 11 Juni 1585 geschreven.
Datering:

1585 April 30
Gelders Archief, archief: 0632 Familie Van den Steen van Ommeren en Wayestein
regest 22; inv.nr.139
Bron: Overigen, inv. 139
11-06-1585. regest 23
Adriaen van Beesd van Reynoy en Mathijs Jacobsz, schepenen in Zulichem oorkonden, dat de hofstede genoemd in de acte d.d. 30 April 11, onder welke deze is geschreven, door de gezworen bode is gesleten en aan Joest Jansz verkocht.
Oorspr. (Inv.nr. 139), tezamen bezegeld met het vorige stuk en de twee, hierbij getransfigeerde charters d.d. 11 en 12 Juni hieronder. De zegels van H. van Doern en A. van Beesd aanwezig; dat van Mathijs Jacob is verloren.
Datering: 1585 Juni 11
Gelders archief; archief 0632 Familie Van den Steen van Ommeren en Wayestein
Transfix.
Aanhangend: 11-06-1585
Bron: Overigen, inv. 139
11-06-1585. regest 24
Adriaen van Beesd van Reynoy en Mathijs Jacobsz, schepenen in Zulichem oorkonden, dat de gezworen richter in hun presentie Joest Jansz heeft ingeheerd in de hofstede, genoemd in de twee voorgaande brieven, waardoor deze gestoken is.
Oorspr. (Inv.nr. 139), met het vorige charter samen bezegeld.
Datering: 1585 Juni 11
Gelders archief; archief 0632 Familie Van den Steen van Ommeren en Wayestein
Transfix.
Hangt aan: 11-06-1585
Aanhangend: 12-06-1585
Bron: Overigen, inv. 139
12-06-1585. regest 25
Adriaen van Beesd van Reynoy en Mathijs Jacobsz, schepenen in Zulichem oorkonden, dat Joest Jansz de hofstede, genoemd in de drie voorgaande brieven, door welke deze gestoken is, voor 10 £ heeft overgedragen aan Dierck Pieck.
Oorspr. (Inv.nr. 139), met de vorige charters tezamen bezegeld.
Datering: 1585 Juni 12
Gelders archief; archief 0632 Familie Van den Steen van Ommeren en Wayestein
Transfix.
Hangt aan: 11-06-1585
Bron: Overigen, inv. 139
1586. Dirck Pieck en Matthijs Jacobsz schepenen in Zuilichem getuigen dat Willem de Ridder van Groenesteijn eenige goederen in 't gericht van Delwijnen verkoopt aen Willem die Kock van Delwijnen. 1586.

Met een kruisje ervoor als teken dat deze akte vernietigd is.
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Archieven Neerijnen)
04-02-1586. schepenen te Zuilichem Dierck Pieck en Hendrick van Bonenborch genaamd van Clousteyn
---
I. Weeshuis - anno 1586 Febr. 4.
---
Wij Dierck Pieck ende Hendrick van Bonenborch genaamt
van Cloustyn, scepenen in Zulichem, tuygen dat voer
ons comen is Hanrick Otten ende heeft in crachte van
testamente oft synen uuyterste wille gemaect ende
gelegateert den rechten armen binnen Saltboemell
oft soe het geviell dat binnen der stadt Saltboemell
een weeshuys worden opgericht als dan tot behoeff den
weeskynderen een renthe van vyftalve gulden jaerlicx
gaende uuytheenen bomgaert tot Gameren ende
dewelcke vyftalve gulden nu ter tijt betaelt worden
bij Willem Janss Moll. Noch soe maect ende will
hij testatoer voers. dat die goederen die nae dode
van hem erven ende versterven sullen op syne neve
Floris Geritss als enige erffgenaem van hem hij die
selve niet lichtfeerdich vercopen oft verbrengen sall
mogen. Ende indien het geviel dat deselve Floris
Geritss sijn neef quaeme te sterven sonder echte
geboerte van hem nae te laeten, sullen in den
---
II. Weeshuis - anno 1586 Febr. 4.
---
vall die goederen voers. wedercomen ende devol-
veren (=terugvallen) op het naeste bloet van hem testa-
toer voers. ende dit alles tot sijns testatoers voers.
wederroepen. In oirconde etc. datum als boven.
J. de Bye, s. in Zuyl.

Hiervan zijn twee eensluidende charters (was 30 en 218)
---
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 31+218 (I) en 31+218 (II)
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
18-08-1588. schepenen Adriaen van Beest van Reenoij en Gerit Janss.
Jan Peterss. weerd binnen Boemel in den Hulck , belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit 16 hont land te Bruchem.
bovenschrift: Bruechem

marge: Thien gulden derthien stuver drie deijts, 1588

Wij Adriaen van Beest van Reenoij ende Gerit Janss.
schepenen in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Jan
Peterss. weerdt binnen Boemel inden Hulck en heeft ge
loefft Peter Mae?ss. ende Peter Ingenhuyss. als gasthuysmeesteren
indertijt en tot behoeff des gasthuys binnen Boemel
erffthijns thien carolus gulden derthien stuver en drie
deijts tot twintich stuver ter tijt der betalinghe gengbaer den
gulden voirss. gereeckent op St. Merten inden wynter
toecomende en soe voirt ewelicx thien carolus gulden der-
thien stuver drie deits als voirss. erffthijns te hebben ende te
bueren vuyt sesthien hont lants soe die gelegen in den ge-
richt van Bruechem op die Verchden gelijck die op
huyden bij den gasthuysmeesteren voirss. den voirss. Jan Peterss. voir
schepenen opgedraegen sijn, oestwaert en westwaert naestgelegen
het gasthuys lant van Boemel en noortwaert die
gemeine steghe aldaer genampt die krancksteghe, ende
noch vuyt eene hoff t'einden die sesthien hont voirss. ten
suyden aengelegen, oestwaert naestgelegen Jan Claess. als
man ende mombaer Geertken Herberensdr. ende west-
waert des gasthuyslant, streckende voirts ten suyden op
St, Anthonisstraet, off soe wie alomme mit recht
naestlantgelegen sijn. Welcken tijns voirss. weert saicke
dat in alle jaer op termijn voirss. niet betaelt en woirden
sal dan alle dagen daer nae volgende eenen peen van eenen
stuver daechs opten thijns voirss. wassen ende gaen. Welc-
ken peen all mitten thijns voirss. die gasthuysmeesteren
indertijt vuyten onderpanden voirss. verhalen sullen
moegen wanneer sij's niet langer beiden en willen. Ende
Jan Peterss. voirss. geloefden oick den gasthuysmeesteren
tot behoeff des gasthuys voirss. den thijns ende peen voirss.
vuyten onderpanden voirss. ewelick te waeren als
recht is tegen alle die ten rechten comen willen. Voer
behalden Jan Peterss. voirss. altijt op eenige termijn
sijne ewige losse aenden thijns voirss. tegens den pen-
ninck vijfentwintich soemen erfthijns gewoentlick
is te lossen off te reeckenen ende met allen verschenen
onbetaelden thijnsen. In oirconde onser litteren. Gegeven inden
jaere ons Heeren duysent vijfhondert achtentachtentich den
achthienden dach augusti.

Ende was onderteeckent E. de Bye. Ende mit twee der
schepenen in groene wasse vuythangende segelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 156, f.154, rechts onder
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.165+165v)
29-04-1589. schepenen Dirck Pieck en Jan van Tuyll Sandersz.
Folquijn Claesz. scholtes tot Bruechem belooft een thijns van 15 gulden 6 stuiver 1 oort aan het groote gasthuis binnen Bommel uit 16 hont land te Bruchem op den broeckhoevel, nog op 2 1/2 mergen land genaamd de corte waterschap te Bruchem, en nog op 1 mergen land op de haerbeemden te Bruchem.
bovenschrift: Bruechem

marge: vijfthien gulden ses stuver eenen oort stuver eenre penning.

Wij Dirck Pieck en Jan van Tuyll Sandersz. sche-
penen in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Folquijn Claesz.
scholtes tot Bruechem ende heeft geloeft Matheus Henricksz.
en Quirijn Florisz. als gasthuysmeesteren indertijt en tot behoeff des
groote gasthuys binnen Saltboemel erfthijns vijffthien carolus
gulden ses stuver een oort stuvers ende eenen penninck tot twin-
tich stuver in tijt der betalinge genge voer den gulden voirss. ge-
reeckent op belooken paesche toecomende en soe voert jaer-
licx tot eenen erfthijns recht te betalen te heffen ende te boeren
uuyt sesthien hont lants soe die gelegen inden gerichte van
Bruechem op den Broeckhoevel, noch uuyt dordalve mergen
lants gelegen inden gericht voirss. genamt het Corte
Waterschap, en noch uuyt eene mergen lants inden ge-
richte voirss. op de Haerbeemden, soe dese landerien elcx
in sijn bepalinghe aldaer gelegen en allet vanden Gast-
huys voirss. hergecomen sijn ende voirt uuyt alle sijne goe-
deren die hij nu heefft ofte nae vercrijgen mach ten lant-
recht te betalen. Welcken thijns voirss. weert saicke
dat die alle jaer op termijn voirss. niet betaelt en worde
sal dan alle weecken daernae folgende eenen peen van
achtalve stuver opten thijns voirss. wassen ende gaen, welc-
ken peen al metten thijns voirss. die Gasthuysmeesteren inder
tijt uuyten onderpanden ende alles goets als voirss. verhalen
sullen moegen wanneer sij niet langer beiden en willen.
Ende Folquijn Claesz. scholtes voirss. geloefden oick den
gasthuysmeesteren tot behoeff den Gasthuys voirss. den thijns ende
peen voirss. uuyten onderpande en alle goets als voirss.
ewelick te waeren als recht is tegen allen die ten rechte coomen
willen. Voirbehalden Folquijn Claesz. scholtes voirss. sijne
losse aen de sesthien hont lants ende die mergen op de Haerbeem-
de voirss. metter hoofftsomme tegens den penninck vijffende
twintich soe men erfthijns gewoentlick is te lossen. In oircon-
de onser litteren. Gegeven inde jaere ons Heeren duysent vijfhondert
negen en tachtentich den negen en twintichste dach aprilis.

marge: 1589

Ende was onderteeckent E. de Bye ende met twee der
schepenen in groene wasse uuythangende segelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 163, f.161,, rechts boven.
De tekst daarin is echter volstrekt anders geformuleerd, en daarin worden o.a. de belendingen genoemd die hier niet vermeld worden.
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.162)
29-04-1589. schepenen Dirck Pieck en[de] Jan van Tuyll Sanderss.
Hanrick Hanrickss. de Vormer belooft een tijns aan het grote gasthuis binnen Zaltbommel uit diverse percelen te Bruchem.
bovenschrift: Bruechem

marge: Achtendartich gulden vijfthien stuver.

Wij Dirck Pieck ende Jan van Tuyll Sanderss. sche-
pen in Zulichem tuijgen dat voir ons comen is Hanrick
Hanrickss. de Vormer ende heeft geloeft Matheus Han-
rickss. ende Quirijn Floriss. als gasthuysmeesteren inder tijt ende
tot behoeff des groote gasthuys binnen Saltboemel erff-
thijns achtendedartich carolus gulden ende vijfthien stuver
tot twintich stuver in tijt der betalinghe gengbaer de
gulden voirss. gereeckent op beloecken paeschen toe-
comende en soe voirt ewelicx tot eenen erfthijns
recht te betalen te heffen ende te boeren vuyt eenen
hoff gelegen inden gericht van Bruechem groot
anderhalve mergen genamt des gasthuyshoff met
noch vier mergen lants daerteijnden aen gelegen, noch
vuyt drie mergen lants gelegen inden gericht voirss.
genamt den baniscamp, ende noch vuyt derthien hont
lants inden selven gericht genamt de scheijv?er soe
dese landeren elcx in sijn bepalinghen aldaer gelegen
ende alle vanden gasthuys voirss. hergecomen sijn, en
voirt vuyt alle sijne guederen die hij nu heeft off
nae vercrijgen mach ten lantrecht te betalen. Welcke
thijns voirss. weert saicke dat die alle jaer op termijn
voirss. niet betaelt en weer, sal dan alle weecken dair
nae volgende eenen peen van negenthien stuver opten
thijns voirss. wassen ende gaen. Welcken peen al mitten
thijns voirss. die gasthuysmeesteren inder tijt vuyten onderpan-
den ende alles goets als voirss. verhalen sullen moegen wan-
neer sij niet langer beiden en willen. Ende Hanrick Hanrickss.
voirss. geloofde oick den gasthuysmeesteren tot behoeff des gasthuys
voirss. den thijns en peen voirss. vuyten onderpanden ende
alles goets als voirss. ewelick te waeren als recht is tegen allen
die ten rechten comen willen, ende geloofde oick noch voirder
waerscappe ende vestenis in anderen bencken te doen tot
volcomen bewaronge der armen, altijt als men hem dat ?slu?-
nende is. Ende desen tijns jaerlicx tot eenen erfthijns recht
te betalen als voirss. sonder eenige losse daeraen te be-
halden. In oirconde onser litteren. Gegeven inden jaere ons Heeren
duysent vijfhondert negenentachtentich den negenentwin-
tichsten dach aprilis.

marge: 1589

Ende was onderteickent E. de Bye. Ende mit twee
der schepenen in groene wasse vuythangende segelen bese-
gelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie:https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 163, f.160v, links onder
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.164v+165)
23-02-1592. schepenen Aernt die Raeth en Cornelis Ghijsbertss.
Quirijn Janss. belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit twee percelen land te Kerkwijk.
bovenschrift: Kerckwijck

marge: Twelff gulden thien stuver twee oort

Wij Aernt die Raeth ende Cornelis Ghijsbertss. sche-
penen in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Quirijn
Janss. ende heeft geloefft Joest Ghijsbertss. ende Cornelis
Geritss. Trip als gasthuysmeesteren indertijt tot behoeff des
groote gasthuys binnen Saltboemel erfthijns twelff
carolus gulden thien stuver twee oort stuvers tot
twintich stuver in tijt der betalonge gengbaer den gulden
voirss. gereeckent op dach Martini den elffsten novembris
toecomende ende soe voirt jaerlicx van alles vrij gelt
sonder eenige cortonge tsij vuyt wadt saicke off bij
welcken ordonantie dat geschien soude moegen, daer
van den voirss. Quirijn Janss. expresselicken renun-
cieert, to heffen ende to boeren vuyt twee mergen
lants soe die gelegen inden gericht van Kerckwijck
inden Beempt oestwaert naestgelegen Walraven Peterss.
westwaert der kercke lant van Kerckwijck, ende
suytwaert die gemein straat, ende noch vuyt eenen
halven mergen genamt den Endecamp oostwaert
naestgelegen Walraven Peterss. voirss., ende westwaert
den kercke lant van Kerckwijck, off wie met recht
naestgelegen sijn, ende voirt vuyt alle sijns guederen hij nu
heeft off nae vercrijgen mach tot onsen lantrecht te
betalen. Welcken erfthijns voirss. weert saicke dat
die alle jaer op termijn voirss. niet betaelt en worde
sall dan alle weecken daernae volgende eenen peen
van ses stuver opten thijns voirss. wassen ende gaen, welc-
ken peen all mitten thijns voirss. die gasthuysmeesteren inder
tijt vuyten onderpande ende alles goets als voirss. verhalen
sullen moegen als sij;s niet langer beiden en willen. Ende
Quirijn Janss. voirss. geloefden oick den gasthuysmeesteren tot
behoef des gasthuys voirss. den thijns ende peen voirss. ewelick ten
lantrecht te waeren als recht is tegen allen die ten rechte comen
willen. Voert is overgegeven dat men den erfthijns voirss. vuyt-
forderen sal moegen met maninge ende richtonge off met pan-
dinge aen reede ende onreede goederen tot koere ende optie der
gasthuysmeesteren indertijt. Mede soe het een jaer inne d'ander
duer misbetalinge quame te verloopen sal Quirijn Janss.
voirss. vervallen sijn in dobbelden erfthijns beheltelick doch
Quirijn Janss. voirss. sijne losse aen den erfthijns voirss. te sij-
ne waelgevalle tegens vier ten hondert. In oirconde onser
litteren. Gegeven inden jaer ons Heeren duysent vijfhondert twee-
entnegentich den drieentwintichsten dach februarij.

Ende was onderteickent: E. de Bye. Ende met twee
der schepenen in groenen wasse vuythangende segelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
zie scan 198, f.196, rechts onder
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.172v+173)
23-02-1592. schepenen Aernt die Raeth en Cornelis Ghijsbertss.
Ariaen Ghijsbertss. Cocken belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit twee percelen land te Kerkwijk.
bovenschrift: Kerckwijck

marge: Twelff gulden thien stuver twee oort

Wij Aernt die Raeth ende Cornelis Ghijsbertss. schepenen
in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Ariaen Ghijs-
bertss. Cocken ende heeft geloefft Joest Ghijsbertss. ende Cornelis
Geritss. Trip als gasthuysmeesteren indertijt ende tot behoef des groote
gasthuys binnen Saltbommel erffthijns twelff carolus gulden
thien stuver ende twee oort stuvers tot twintich stuver in tijt
der betalonge gengbaer den gulden voirss. gereeckent, op dach
Martini den elfften novembris toecomende ende soe voirt jaerlijks
van alles vrij gelt sonder eenige cortonge tsij vuyt wadt
saecke off bij welcker ordonantie dat geschien soude moegen
daer van de voirss. Ariaen Ghijsbertss. Cocken expresselicken
renuncieert, te heffen ende to boeren vuyt thien hont lants
soe die gelegen inden gericht van Kerckwijck genampt
het Gasthuyskempken, oestwaert naestgelegen die pastorie
lant van Kerckwijck ende westwaert Peter Anthoniss., noch
vuyt derdalve mergen lants inden gericht voirss. inden
Endencamp, oestwaert naestgelegen Daniel Wauterss. ende
noortwaert Goosen Danielss. off wie mit recht naestgelegen
ende voirt vuyt alle sijne guederen die hij nu heeft off nae ver-
crijgen mach tot onsen lantrecht te betaelen. Welcken erff-
thijns voirss. weert saicke dat die alle jaer op
termijn voirss. niet betaelt en worden, sal dan alle
weecken daer nae volgende eenen peen van ses stuver
opten thijns voirss. wassen ende gaen; welcken peen al
mitten erfthijns voirss. die gasthuysmeesteren indertijt vuy-
ten onderpanden ende alles goets als voirss. verhaelen
sullen moegen als sij's niet langer beiden en willen.
Ende Ariaen Ghijsbertss. Cocken voirss. geloefden oick
den gasthuysmeesteren tot behoef des gasthuys voirss. den thijns
ende peen voirss. ewelick ten lantrecht te waeren
als recht is tegen allen die ten rechten comen willen. Voirt
is overgegeven dat men den erfthijns voirss. vuytforderen
sal moegen met maninghe ende richtinge of met pan-
dinge aen reede ende onreede goederen tot koere ende optie
der gasthuysmeesteren indertijt. Mede soe het een jaer inne
d'ander duer misbetalonghe quame to verloopen sall
Ariaen Ghijsbertss. Cocken voirss. vervallen sijn in dobbel-
den erfthijns beheltelick doch Ariaen Ghijsbertss. Coc-
ken voirss. sijnre losse aen den erfthijns voirss. tsijne
waelgefalle tegens vier ten hondert. In oirconde onser
litteren. Gegeven inden jaere ons Heeren duysent vijfhondert twe-
entnegentich den drieentwintichsten dach february.

Ende was onderteeckent E. de Bye. Ende mit twee der
schepenen in goenen wasse vuythangende segelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
zie scan 198, f.196, links midden
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.173+173v)
23-02-1592. schepenen Aernt die Raeth en Cornelis Ghijsbertss.
Walraven Peterss. belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit twee percelen land te Kerkwijk.
bovenschrift: Kerckwijck

marge: twelff gulden thien stuver twee oort

Wij Aernt die Raeth ende Cornelis Ghijsbertss.
schepenen in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Wal-
raven Peterss. ende heeft geloeft Joest Ghijsbertss. ende
Cornelis Geritss. Trip als gasthuysmeesters indertijt ende tot
behoeff des groote gasthuys binnen Saltboemel erff-
thijns twelff carolus gulden thien stuver ende twee oort
stuvers tot twintich stuver in tijt der betalonge gengbaer
den gulden voirss. gereeckent op dach Martini den elfften
novembris toecomende ende soe voirt jaerlicx van alles
vrij gelt sonder eenige cortonge tsij vuyt wadt saicke
off bij welcken ordonantie dat geschien soude moegen, daer
van de voirss. Walraven Peterss. expresselick renun-
cieert, te hebben ende te boeren vuyt twee mergen lants
soe die gelegen inden gerichte van Kerckwijck inden (1)
oestwaert naestgelegen Adriaen van Beest van Reenoij,
westwaert Quirijn Janss. ende suytwaert die gemein straet,
noch vuyt twee mergen aldaer met eenen mergen daer
aen den oestwaert ende westwaert naestgelegen Quirijn Janss. voirss.
off wie met recht naestlantgelegen sijn ende voirt vuyt alle sijne
guederen hij nu heeft off nae vercrijgen mach tot onsen lantrecht
te betalen. Welcken erffthijns voirss. weert saicke dat die
alle jaer op termijn voirss. niet betaelt en worden, sall dan
alle weecken daernae volgende eenen peen van ses stuver
opten thijns voirss. wassen ende gaen; welcken peen all metten
erfthijns voirss. die gasthuysmeesteren indertijt vuyten onderpanden
ende alles goets als voirss. verhaelen sullen moegen, als sij's
niet langer beidenen willen. Ende Walraven Peterss. voirss.
geloefden oick den gasthuysmeesteren tot behoeff des gasthuys voirss.
den thijns ende peen voirss. ewelicken ten lantrecht te waeren
als recht is tegen allen die ten rechten comen willen. Voert
is overgegeven dat men den erffthijns voirss. vuytforderen
sal moegen met maninge ende richtonge off met pandinge
aen reede ende onreede guederen tot koere ende optie der gast-
huysmeesteren indertijt. Mede soe het een jaer inne d'ander duer
misbetalinghe quame to verloopen, sall Walraven Peterss.
voirss. vervallen sijn in dobbelden erfthijns beheltelick doch
Walraven Peterss. voirss. sijnre losse aen den erfthijns voirss.
tsijne waelgefalle tegens vier ten hondert. In oircon-
de onser litteren. Gegeven inden jaere ons Heeren duysent vijfhondert
tweentnegentich den drieentwintichsten dach february.
(1) hier mist blijkbaar een woord in het origineel

Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
zie scan 198 rechts boven
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.173v+174)
23-02-1592. schepenen Aernt die Raeth en Cornelis Ghijsbertss.
Goosen Danielss. belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit meerdere percelen land te Kerkwijk en Delwijnen.
bovenschrift: Kerckwijck

marge: Een ende dartich gulden.

Wij Aernt die Raeth ende Cornelis Ghijsbertss. sche-
penen in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Goosen
Danielss. ende heefft geloofft Joost Ghijsbertss. ende Cornelis
Geritss. Trip als gasthuysmeesteren indertijt ende tot behoeff
des grooten gasthuys binnen Boemel erffthijns een ende
dartich carolus gulden tot twintich stuver in tijt der beta-
longe gengbaer 't stuck op St. Merten den elffsten novem-
bris toecomende ende soe voirt jaerlicx van alles vrij gelt
sonder eenige cortonge tsij vuyt wadt saecke off bij
welcken ordonnantie dat geschien soude moegen, daer van
de voirss. Goosen Danielss. expresselijk renumcieert, te heffen
ende te boeren vuyt twelff mergen lants ende een hont
soe die aen verscheide parcelen inden gerichte van
Kerckwijck ende Delwijnen gelegen, te weten ander-
halve mergen lants gelegen inden gerichte van Kerck-
wijck genamt den Doncker, noch thien hont hooi lants
inden gerichte van Kerckwijck voirss. genampt den
Sullart, noch anderhalve mergen daeraen gelegen
genampt den Langen camp, noch eenen halven mergen
daer t'eindens gelegen van Lubbert Otten hergecomen,
noch eenen halven mergen inden selven gericht in eenen
camp van vijfalve mergen onverscheiden ?ingelegen.
Alnoch soeventhien hont lants gelegen inden gerichte
van Delwijnen genampt het Liebroeck, noch drie
mergen daer bij ende aen gelegen, ende noch vier hont
daernaest gelegen genampt de Pijplae, allet in sulcker
groete ende bepalonghe als die landerien aldaer gele-
gen ende van den gasthuyse heergecomen off vuytge-
geven sijn, ende voirts vuyt alle sijne goederen hebbende
ende vercrijgende ten lantrecht te betalen. Welcken
erfthijns voirss. weert saecke dat hij alle jaer op
termijn voirss. niet betaelt en woirden, sal dan alle
weecken daerna volgende eenen peen van vijfthien
stuver opten erffthijns voirss. wassen ende gaen, welc-
ken peen all metten thijns voirss. die gasthuysmeesteren inder
tijt vuyten onderpanden ende alles goets als voirss. verha-
len sullen moegen als sij's niet langer beiden en willen.
Ende Goosen Danielss. voirss. geloofde oick den gast-
huysmeesteren tot behoeff des gasthuys voirss. den thijns ende
?peen voirss. ewelick ten lantrecht te waeren als recht is
tegen alle die ten rechten comen willen. Voert is overgegeven
datmen den erfthijns voirss. vuytforderen sal moegen met ma-
ninge ende richtinge oft met pandonge aen reede ende on-
reede gueden tot koere ende optie der gasthuysmeesteren inder
tijt. Mede soe het een jaer inne d'ander duer misbetalon-
ghe quame to verloopen sall Goosen Danielss. voirss. ver-
vallen sijn in dobbelden erffthijns beheltelick doch Goosen
Danielss. voirss. sijner losse aen den erfthijns voirss. t'sijne
waelgefalle tegens vier ten hondert. In oirconde onser
letteren. Gegeven inden jaere ons Heeren duysent vijfhondert twe-
entnegentich den drieentwintichsten dach february die.

Ende was ondertekend E. de Bye. Ende met twee der sche-
penen in groenen wasse vuythangende segelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 197, f.195 rechts onder en scan 198, f.195v, links boven
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.175v+176)
23-02-1592. schepenen Aernt die Raeth en Cornelis Gijsbertss.
Goosen Danielss. indemneert en ontlast het grote gasthuis te Zaltbommel van het onderhoud van 4 roeden dijk gelegen in de Aelster Lenaert.
bovenschrift: Kerckwijck

marge: Scadeloosbrief van vier roeyen dijcx inden Aelster Leenart.

Wij Aernt die Raeth ende Cornelis Gijsbertss. sche-
penen in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Goosen
Danielss. ende heefft geloofft Joest Ghijsbertss. ende Cornelis
Geritss. Trip als gasthuysmeesteren ende tot behoeff des groote
gasthuys binnen Saltboemel nu ende ten ewigen dagen
te indemneren ende te ontlasten van vier roeijen dijcx ge-
legen inden Aelster Lenaert, daer boven naestgedijck-
slaecht Adriaen van Beest van Reenoij ende beneden
Adriaen die Cock als collatoor van seeckere vicarie
tot Delwijnen. Belovende denselven dijck wael
te onderhalden ende dien op sijn lijff ende goet nemende,
het gasthuys van Saltboemel ende haere goederen
over all daer van scadeloos to halden. In oirconde on-
ser litteren. Gegeven inden jaere ons Heeren duysent vijf-
hondert tweentnegentich den drieentwintichsten
dach february.

Ende was onderteeckent E. de Bye. Ende mit twee
der schepenen in groenen wasse vuythangende
segelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 198, f.195v, links boven
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.176)
19-10-1592. schepenen Aernt die Raeth en Cornelis Ghijsberts.
Margrietken, weduwe van Dirck Geritsz., belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit de helft van 11 1/2 morgen land te Bruchem
bovenschrift: Bruechem

marge: Darthien gulden thien stuver een oort stuver., 1592

Wij Aernt die Raeth ende Cornelis Ghijsberts.
scepenen in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Mar-
grietken naegelaeten weduwe Dirck Geritsz. mit
oire gecoren mombaer ende heefft geloofft Cornelis Ge-
ritss. Trip ende Hanrick Claess. van Ravenstein als gasthuys-
meesters indertijt ende tot behoeff des groote gasthuys binnen
Saltboemel erffthijns derthien carolus gulden thien stuver
ende een oort stuvers tot twintich stuver in tijt der betalinghe
genghaer binnen Boemel den gulden voirss. gereeckent op
St. Mertensdach den elffste novembris inden jaere vijf-
thienhondert drie en tnegentich ende soe voirt jaerlix van
alles vrij gelt sonder eenige cortenghe tsij vuyt wadt saic-
ke off welcken ordonantie dat geschien soude moegen
daer van alle die weduwe mit gecoren momber als voirss.
renuncieert te heffen en te boeren vuyt die helfft van
twelfftalve mergen lants doe die gelegen inden gericht
van Bruechem aen drie kampen lants, noortwaert
naestgelegen des gasthuys lant van Boemel ende oest-
waert die moelensteghe, ende voirt vuyt allen haeren goederen
hebbende ende vercrijgende ten lantrechte. Welcken erftijns
voirss. weert saicke dat die alle jaer op termijn voirss. niet
betaelt en woirde sall dan alle weecken daernae folgende
eenen peen van soevendalve stuver opten thijns voirss.
wassen ende gaen. Welcken peen all mitten thijns voirss. die
gasthuysmeesteren indertijt vuyten onderpanden ende alles
goets verhalen sullen ende moegen wanneer sij niet
langer beiden en willen. Ende Margrietken weduwe
met gecoren mombaer als voirss. geloofden oick den gasthuys-
meesters tot behoeff des gasthuys voirss. den thijns ende peen
voirss. vuyten onderpanden ende alles goets als voirss. ewe-
lick te waeren als recht is tegen allen die ten rechten
comen willen. Oick salmen den erffthijns voirss. vuyt
forderen moegen met maninge ende vertichtinghe off mit
pandinge aen reede ende onreede goederen tot koere ende
optie der gasthuysmeesteren indertijt sijnde. Mede soe het
een jaer inne d'ander duer misbetalinghe des thijns
quaeme te verloopen, sal Margrietken weduwe
voirss. vervallen sijn in dobbelden erffthijns te betalen.
Beheltelick doch aen den losse aen den erfthijns voirss.
jegens vier ten hondert. In oirconde onser litteren. Gegeven inden
jaere ons Heeren duysent vijfhondert twe entnegentich den
negenthienden dach octobris.

marge: 1592

Ende was ondertekend E. de Bye. Ende met Aernt die
Raeth vuythangende segel in groene wasse besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 204, f.202, rechtsboven
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.165v+166)
19-10-1592. schepenen Aernt die Raeth en Cornelis Ghijsbertss.
Jan Wouters. belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit de helft van 11 1/2 mergen land te Bruchem.
bovenschrift: Bruechem

marge: Darthien gulden thien stuver een oort stuvers.

Wij Aernt die Raeth ende Cornelis Ghijsbertss. sche-
penen in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Jan Wou-
ters, ende heefft geloofft Cornelis Trip ende Hen-
rick Claess. van Ravenstein als gasthuysmeesters indertijt ende
tot behoeff des groote gasthuys binnen Saltboemel erf-
thijns darthien carolus gulden thien stuver ende een oort
stuvers tot twintich stuver in tijt der betalinghe binnen
Boemel gengbaer den gulden voirss. gereeckent op St. Mer-
tensdach den elffsten novembris inden jaere vijfthienhon-
dert drie entnegentich en soe voirt jaerlicx van alles vrij
gelt sonder ennige cortonghe tsij vuyt wadt
saecke off welcken ordonantie dat geschien ende her-
comen soude moegen, daer van alle Jan Wouterss. voirss.
re?mencieert te heffen ende te boeren uyt die helfft
van twelfftalve mergen lants soe die gelegen inden
gericht van Bruechem aen drie kampen lants, suydt-
waertnaestgelegen die canonicken van Boemel met ee-
nen camp genamt den Banckcamp, Jan Jacobss. met
eenen camp genamt den Klappenhout ende Wouter
Reijnertss.ende oestwaert naestgelegen die moelensteghe
off soe wie alomme met recht naestlantgelegen ende voirt
vuyt alle sijne goederen hebbende ende vercrijgende ten
lantrecht te betalen. Welcken erffthijns voirss. weert
saicke dat die alle jaer op termijn voirss. niet betaelt en
woirde, sal dan alle weecken daernaefolgende eenen
peen van soevendalve stuver opten thijns voirss. was-
sen ende gaen. Welcken peen all metten thijns voirss. die
gasthuysmeesteren indertijt vuyten onderpande ende alles
goets als voirss. verhaelen sullen ende moegen wanneer
sij niet langer beiden en willen. Ende Jan Wouterss. voirss.
geloefde oick de gasthuysmeesteren tot behoeff des gasthuys
voirss. den thijns ende peen voirss. vuyten onderpande
ende alles goets als voirss. ewelick te waeren als recht is
tegen allen die ten rechten comen willen. Oick soe salmen
den erfthijns voirss. vuytforderen moegen met maninghe
ende richtinghe off met pandinghe aen reede ende onreede
goederen tot koure ende optie der gasthuysmeesteren indertijt sijnde.
Mede soe het een jaer inne d'ander jaer misbetalonghe
quaeme te verloopen sall Jan Wouterss. voirss. verval-
len sijn in dobbelden erfthijns te betalen. Beheltelick
dach oerder losse aenden erffthijns voirss. tegens vier
ten hondert. In oirconde onser litteren. Gegeven inden jaere
ons Heeren duysent vijfhondert twe entnegentich den ne-
genthienden dach octobris.

Ende was onderteeckent E. de. Bye. Ende met Aernts
de Raeth in groenen wasse vuythangende segele
besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 204, f.202, rechtsmidden
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.166+166v)
19-10-1592. schepenen Aernt die Raeth en Cornelis Ghijsbertss.
Daniel Wouterss belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit een hofstede te Kerkwijk.
bovenschrift: Kerckwijck

marge: Soevenendetwintich gulden thien stuver

Wij Aernt die Raeth ende Cornelis Ghijsbertss. schepenen
in Zulichem tuygen dat voir ons comen is Daniel Wou-
terss ende heefft geloefft Cornelis Geritss. Trip ende Hanrick
Claess. van Ravenstein als gasthuysmeesters ende tot behoeff des groo-
te gasthuys binnen Saltboemel erfthijns achtentwintichstal-
ve carolus gulden tot twintich stuver in tijt der betalinge
gengbaer binnen Boemel den gulden voirss. gereeckent
op St. Merten den elfsten novembris inden jaere vijfthien-
hondert drieentnegentich, en soe voirt jaerlicx van alles
vrij gelt sonder ennige cortonge tsij vuyt wadt saicke off
welcken ordonantie dat geschien en hercomen soude moegen
dair van alles Daniel Wouterss. voirss. renuncieert te
heffen ende to boeren vuyt eenen hoffstede gelegen inden
gerichte van Kerckwijck genampt Geijntgenshofstat
oistwaert naestgelegen Hanrick Willemss. westwaert Ari-
aen Gijsbertss. Cocken ende suydtwaert die gemene straet
off soe wie mit recht naestlantgelegen sijn ende voirt vuyt alle
sijne guederen die hij nu heeft off nae vercrijgem mach ten
lantrecht te betalen. Welcken erfthijns voirss. weert
saicke dat die alle jaer op termijn voirss. niet betaelt en
worden sal dan alle weecken daernae volgende eenen peen
van vierthiendalve stuver opten thijns voirss. wassen ende
gaen, welcke peen all metten thijns voirss. die gasthuys-
meesteren indertijt vuyten onderpande ende alles goets als
voirss. verhalen sullen ende moegen wanneer sij's niet
langer beiden en willen. Ende Daniel Wouterss. voirss.
geloefde oick den gasthuysmeesteren tot behoeff des gasthuys
voirss. den thijns ende peen voirss. vuyten onderpande ende
alles goets als voirss. ewelick te waeren als recht is
tegen allen die ten rechten comen willen. Oick soe sal
men den erfthijns voirss. altijt vuytforderen moegen met
maninge ende richtonge off met pandinge aen reede
ende onreede goederen tot koere ende optie der gasthuysmeesteren
indertijt sijnde. Mede soe het een jaer inne d'ander
duer misbetalinghe quame te verloopen sall Daniel
Wauterss. voirss. vervallen sijn in dobbelden erfthijns
te betalen beheltelick doch sijnder losse
aen den erfthijns voirss. tegens vier ten hondert.
In oirconde onser litteren. Gegeven inden jaere ons Heeren duy-
sent vijfhondert tweeentnegentich den negenthienden
dach octobris.

Ende was ondertekend E. de Bye. Ende mit Aernts
die Raet vuythangende segel in groene wasse be-
segelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/7FABAE624ACF47579563262925F7C86A
scan 204, f.202, rechtsonder
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.172+172v)
26-10-1592. schepenen te Zuilichem: Dierck Pieck, Govert Turck, Jan Ghijsbertss, Jacob Ghijsbertss, Wolter van Hellensberch Reynerss, Aernt die Raeth ende Cornelis Ghijsbertss, Aernt die Cock van Delwijnen
---
I. Zuylichem, anno 1592, Octobris 26,
---
Wij, Dierck Pieck, Govert Turck, Jan Ghijsbertss, Jacob Ghijs-
bertss, Wolter van Hellensberch Reynerss, Aernt die Raeth
ende Cornelis Ghijsbertss, schepenen in Zulichem, mede die
macht hebbende van Aernt die Cock van Delwijnen, tuy-
gen, dat voer den gesworen richter ons gen. Heren in
Boemelreweert ende voer ons scepenen voerg. gecompa-
reert ende erschenen sijn durch oere volm. Herman Sloot
aenlegger ter eenre ende Jacob Jacobss verwerer ter an-
dere sijde ende sonnen ende beden den gesworen rich-
ter voers., dat hij ons scepenen voerg. des vonnisse ver-
manen wilde, wat mit recht sijn solde van der aensprae-
cke des aenleggers voers. ende den antwoerdt des
verwerers voers. ghelijck dat allen inder vonnisse
gecomen ende dat wij daeraff nae vraegen ende
---
II. Zuylichem, anno 1592, Octobris 26,
---
vermanen des gesworen richters voert gewesen ende pro-
nuncieert hebben als hier nae volcht: nae aenspraecke Her-
man Sloot aenlegger ter eenre ende nae antwoerdt Jacob Ja-
cobss, verwerer ter andere sijde roerende van onthaelde
thiende daer van der aenlegger eijst restitutie ende de
verwerer sustineert der thiende soe bij gehaelt vrij te sijn
ende niemant anders toe te comen, ghelijck dat allet
onder vonnisse gecommen etc. Verclaeren die scepenen
van Zuylichem mit gevolch der mede scepenen van Driell
op alles geleth, dat noch ter tijt voer hem niet gebleecken
bewijs ofte bescheijt den rechts genoech daer mede die
verweerder bewesen soude hebben der thiende vrij te sijn
ende dat hij daer omme van sijnen lande, tot Delwijnen
gelegen, thiende geven sall ter tijt hij naerder bewijst
vrij te sijn. Ende dat hij volgents den aenlegger voers.
---
II. Zuylichem, anno 1592, Octobris 26,
---
van affgehaelde thiende van dato der aenspraecke ver-
plegen sall tot seggen van goede mannen die costen
hier op bij scepenen taxeert sullen worden, sall den
aenlegger verschieten ende mit deesen vonnisse den
verweerder weder halff affforderen ende dit ter tijt ende
wijlen wij scepenen en hoorden oft saegen noch ander
schijn ende bescheijt, dan wij tot noch toe gehoort oft ge-
sien hebben. In oirconde onser letteren geg. datum
als boven. J. de Bye, S. in Z.
---
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 275-1/2/3
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
13-01-1593. schepenen Adriaen van Beest van Reinoy en Wolter van Hellensbergh Reijnerss.
Peter Anthoniss. belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit 10 hont land te Kerkwijk genaamd den Stuckaert.
bovenschrift: Kerckwijck

marge: vier gulden, 1593

Wij Adriaen van Beest van Reinoy ende Wolter van Hel-
lensbergh Reijnerss. schepenen in Zulichem tuygen dat voir ons
comen is Peter Anthoniss. ende heefft geloefft Cornelis Geritss.
Trip ende Henrick Claess. van Ravestein als gasthuysmeesteren
indertijt ende tot behoeff des groote gasthuys binnen Saltboe-
mel, erffthijns vier carolus gulden tot twintich stuver in
tijt der betalonghe binnen Boemel gengbaer tstuck op Sinte
Marten inden wijnter toecomende ende soe voirt jaerlicx
van alles vrij gelt sonder enige cortonghe, tsij
vuyt oirsaecke off ordonantie dat geschien
soude moegen, daer van alles Peter Anthoniss. voirss.
renuncieert, te heffen ende te boeren vuyt thien hont
lants soe die gelegen inden gerichte van Kerckwijck
genampt den Stuckaert, suydwaert naestgelegen M. Moli-
aert ende westwaert het gasthuyslant, streckende
ten noirden op erftenisse Evertt van Doern, off
soe wie met recht naestlantgeelegen sijn, ende voirt vuyt
alle sijnre goederen die hij nu heefft off nae vercrijgen
mach ten lantrecht te betalen. Welcken erffthijns
voirss. weert saicke dat die alle jaer op termijn voirss.
niet betaelt en worden, soe sall dan alle weecken
daer nae volgende eenen peen van twee stuvers
opten erffthijns voirss. wassen ende gaen, welcken peen
all metten thijns voirss. die gasthuysmeesters indertijt
vuyten onderpande ende alles goets als voirss. verhalen
sullen ende moegen wanneer sij's niet langer beiden en
willen. Ende Peter Anthoniss. voirss. geloefden oick den
gasthuyssmeesteren tot behoeff des gasthuys voirss. den thijns ende
peen voirss. vuyten onderpande ende alles goets als voirss.
ewelick te waeren als recht is tegen allen die ten rechten
comen willen. Oeck soe sal men den erffthijns voirss. altijt
vuytforderen moegen met maninghe ende richtinghe
off met pandinge aen reede off onreede goederen tot
koere ende optie der gasthuysmeesteren indertijt sijnde. Mede
soe duer misbetalonghe het een jaer inne d'ander
quaeme te verloopen sal Peter Anthoniss. voirss. alsdan
vervallen sijn in dobbelden erfthijns te betalen behel-
telick doch sijnder losse aenden thijns voirss. tegens vier
ten hondert. Ten oirconde onser litteren. Gegeven inden jaere ons
Heeren duysent vijfhondert drieentnegentich den derthien-
de dach january.

Ende was onderteickend E. de Bye. Ende met twee der
schepenen in groene wasse vuythangende zegelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/D356D0415AC742F9ADAD43538694CE97
scan 5, f.1v, links onder
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.174+174v)
03-03-1593. schepenen Adriaen van Beest van Renoij en Jan van Tuill Sandersz.
Jan Jacobsz. van Bruechem belooft een tijns van 15 gulden 6 1/2 stuiver aan het groote gasthuys binnen Saltboemel, uit 3 mergen 5 hond land te Bruchem genaamd die hot schott.
bovenschrift: Bruechem

marge: vijfthien gulden soeventalve stuver

Wij Adriaen van Beest van Renoij en Jan van
Tuill Sandersz. schepen in Zulichem tuygen dat voir ons
comen is Jan Jacobsz. van Bruechem en heefft geloeft
Cornelis Gerrits. Trip en Hanrick Claesz. van Raven-
stein als gasthuysmeesteren tot behoeff des groote gasthuys
binnen Saltboemel erfthijns vijfthien carolus gulden ende soeven-
dalve stuver tot twintich stuver in tijt der betalinge binnen Boe-
mel gengbaer den gulden voirss. gereeckent op dach Martini
den elffsten novembris toecomende ende soe voirt jaerlicx van
alles vrij gelt sonder eenige cortinge tsij uuyt wadt saecken
ende hoedanigs ordonantie dat geschreven oft hercomen soude moegen
daer van alle Jan Jacobssz. voirss. renuncieert te heffen ende
te boeren uuyt drie mergen ende vijf hont lants soe die ge-
legen inden gericht van Bruechem genamt die Hot Schott
oestwaert naestgeland Jo. Godtgaff vander Riviere ende
westwaert het gasthuys lant van Boemel streckende ten
suijden ende ten noorden aen die gemein straat, off soe wie
mit recht naestlantgelegen sijn, ende voert uuyt alle sijne guederen
die hij nu heeft off nae vercrijgen mochte, lantrecht te
betalen. Welcken erfthijns voirss. weert saecke dat die
alle jaer op termijn voirss. niet betaelt en woirden sal
dan alle weecken daernae volgende enen peen van ach-
talve stuver opten erfthijns voirss. wassen ende gaen
welcken peen alle mitten thijns voirss. die gasthuysmeesteren
indertijt uuyten onderpande ende alles goets als voirss. ver-
haelen sullen ende moegen wanneer sij's niet langer
beiden en willen. Ende Jan Jacobss. voirss. geloefden oick den
gasthuysmeesteren tot behoeff des gasthuys voirss. den thijns ende
peen voirss. vuyten onderpande ende alles goets als voirss.
ewelick te waeren als recht is tegen allen die ten rechte
comen willen. Oick soe salmen den erffthijns voirss. altijt
vuytforderen moegen met maninghe ende richtonghe off met
pandinghe aen reede off onreede goederen tot koere ende optie
der gasthuysmeesteren inder tijt sijnde Mede soe duer misbe-
talinghe het een iaer inne d'ander quame te verloopen
sal Jan Jacobss. voirss. vervallen sijn in dobbelden erfthijns te
betalen Beheltelick doch sijnder losse aen den erfthijns
voirss. tegens vier ten hondert. In oirconde onser letteren. Gegeven
inden jaer ons Heeren duysent vijfhondert drieentnegentich
den dorden dag meert.

marge: 1593

Ende was onderteickent E. de Bye en met twee
der schepenen in groene wasse uuythangende segelen
besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/D356D0415AC742F9ADAD43538694CE97
scan 9, f.5v, links boven
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.162v+163+163v)
03-03-1593. schepenen Adriaen van Beest van Reenoij en Jan van Tuyll Sanderss.
Geritt Janss. van Bruechem belooft een tijns van 2 1/2 gulden aan het groote gasthuys binnen Saltboemel uit de helft van 10 hont land te Bruchem genaamd den Amptsbulck
bovenschrift: Bruechem

marge: Dordalve gulden.

Wij Adriaen van Beest van Reenoij ende Jan van
Tuyll Sanderss. scepenen in Zulichem tuygen dat voir
ons comen is Geritt Janss. van Bruechem ende heefft
geloofft Cornelis Geritss. Trip ende Hanrick Claess. van
Ravenstein als gasthuysmeesteren ende tot behoeff des groote
gasthuys binnen Saltboemel erffthijns dordalve caro-
lus gulden tot twintich stuver in tijt der betalonghe bin-
nen Boemel gengbaer den gulden voirss. gereeckent
op dach Martini den elfsten novembris toecomende ende
soo voirt jaarlicx van alles vrij gelt sonder ennige cor-
tonghe tsij uuyt wadt saecken off hoedanige ordonantie
dat geschien off hercomen soude moegen daer van alle
Gerit Janss. voirss. renuncieert, te heffen ende te boeren
uuyt die helfft van thien hont lants, soe die gelegen
inden gerichte van Bruechem genampt den Ampts-
bulck oestwaert ende westwaert naestgeland het capittel
van Boemel, noortwaert het gasthuyslant ende
suydtwaert die gemein straet oft soe wie mit recht
naest lantgelegen sijn, ende voirt uuyt alle sijne goederen hij nu
heefft off nae vercrijgen mach ten lantrecht te betalen.
Welcken erfthijns voirss. weert saecke dat die alle
jaer op termijn voirss. niet betaelt en worden sall dan
alle weecken daer nae volgende eenen peen van twee
stuver opten erffthijns voirss. wassen ende gaen. Welcken
peen all mitten thijns voirss. die gasthuysmeesters indertijt
uuyten onderpande ende alles goets als voirss. verhalen
sullen ende moegen wanneer sij's niet langer beiden en
willen. Ende Gerit Janss. voirss. geloefden oeck den gasthuys-
meesteren tot behoeff den gasthuys voirss. den thijns ende peen
voirss. uuyten onderpande ende alles goets als voirss. ewe-
licke te waeren als recht is tegen allen die den rechten comen
willen. Oick soe sal men den erfthijns voirss. altijt uuyt
forderen moegen met maninge ende richtonge off met
pandinge aen reede off onreede guederen tot koere ende
optie gasthuysmeesters indertijt sijnde. Mede soe duer
misbetalinghe het een jaer inne d'ander quaeme
te verloopen, sal Gerit Janss. voirss. alsdan vervallen
sijn in dobbelden erfthijns te betalen. Beheltelick doch sijnder
losse aen den thijns voirss. tegens vier ten hondert, In oirconde
onser literen. Gegeven inden jaere ons Heren duysent vijfhondert
drie ent negentich den dorden dach meert.

marge: 1593

Ende was onderteeckent: E. de Bye, voort mit twee der
schepenen in groenen wasse uuythangende segelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/D356D0415AC742F9ADAD43538694CE97
scan 9, f.6, rechts boven
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.163v+164)
03-03-1593. schepenen Adriaen van Beest van Reenoij en Jan van Tuijll Sanderss.
Jan Jans van Bruechem belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit de helft van 10 hont land te Bruchem genaamd den Amptsbulck.
bovenschrift: Bruechem

marge: Dordalve gulden

Wij Adriaen van Beest van Reenoij en Jan van Tuijll
Sanderss. scepenen in Zulichem tuijgen dat voir ons comen is
Jan Jans van Bruechem ende heeft gelooft Cornelis Ge-
rit Trip ende Henrick Claess. van Ravensteinals gasthuys-
meesteren ende tot behoeff des groote gasthuys binnen Saltboemel
erfthijns dordalve carolus gulden tot twintich stuver ter
tijd der betalinghe binnen Boemel gengbaer de gulden voirs.
gereeckent op dach Martini de elfsten november toeco-
mende ende soe voirt jaerlicx van alles vrij gelt sonder eni-
ge cortinghe tsij vuyt saecke off hoedanige ordonantie
dat geschien off hercomen soude moegen daer van alle
Jan Jans. voirss. renuncieert te heffen ende te boeren vuyt
die helfte van thien hont lants soe die gelegen is inden
gericht van Bruechem genampt den Amptsbulck oost-
waert ende westwaert naestgeland het capittel van Boemel,
noortwaert het voirss. gasthuyslant ende suytwaert die
gemeinstraat, off soe wie met recht naestlantgelegen sijn,
ende voirt vuyt alle sijne guederen hij nu heefft off nae
vercrijgen mach ten lantrecht te betalen. Welcken erf-
thijns voirs. weert saecke dat die alle jaer op termijn
voirs. niet betaelt en worde sall dan alle weecken daer
nae volgende eene peen van twee stuver opten erf-
thijns voirs. wassen ende gaen, welcken peen allmitten thijns
voirss. die gasthuismeesteren inder tijt vuyten onderpande en
alles goets als voirss. verhalen sullen ende moegen wanneer
sij's niet langer beiden en willen.Ende Jan Janss. voirss.
geloefde oick de gasthuysmeesteren tot behoeff des gasthuys
voirss. den thijns ende peen voirss. vuyten onderpande, ende
alles goets als voirss. ewelick te waren als
recht is tegen allen die ? ten rechte comen willen.
Oick soe salmen den erfthijns voirss. altijt vuytforderen
moegen met maninge en richtinge off met pandon-
ge aen reede off onreede guederen tot koere ende optie des
gasthuysmeesteren inder tijt sijnde. Mede soe duer misbe-
talinghe het een jaer inne d'ander quame te verloopen
sall Jan Jans. voirss. alsdan vervallen sijn in dobbelden
erfthijns te betalen. Beheltelick doch sijnder lossen
aen den thijns voirss. tegens vier ten hondert. In oircon-
de onser litteren. Gegeven inden jaer ons Heeren duysent
vijfhondert drieentnegentich den dorde dach meert.

En was ondertekend E. de Bye. Ende met twee der
schepenen in groene wasse vuythangende segels besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/D356D0415AC742F9ADAD43538694CE97
scan 9, f.6, rechts boven, een na bovenste vermelding
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.164+164v)
03-03-1593. schepenen Adriaen van Beesd van Reenoij en Jan van Tuyll Sanderss.
Peter Aertss. van Delwijnen belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit een perceel land te Kerkwijk.
bovenschrift: Kerkwijck

marge: sesthien gulden sesthien stuver

Wij Adriaen van Beesd van Reenoij ende Jan van
Tuyll Sanderss. scepenen in Zulichem tuygen dat voir ons
comen is Peter Aertss. van Delwijnen ende heeft geloofft
Cornelis Geritss. Trip ende Hanrick Claess. van Ra-
vestein als gasthuysmeesters ende tot behoeff des groote gast-
huys binnen Saltboemel erfthijns sesthien carolus gulden ende
sesthien stuver tot twintich stuver in tijt der betalinghe binnen
Boemel gengbaer den gulden voirss. gereeckent op dach Mar-
tini den elffsten novembris toecomende ende soe voirt jaerlicx
van alles vrij gelt sonder eenige cortonghe tsij vuyt wadt
saicke off hoedanige ordonantie dat geschien off heercomen
soude moegen daervan alle Peter Aertss. voirss. renunci-
eert, te heffen ende te boeren vuyt vierdalven mergen
lants soe die gelegen inden gericht van Kerckwijck ge-
nampt Hermen Aertss. kempken, oestwaert naestgelegen
Adriaen van Beest van Reinoy voirss. ende Dirck Goertss.
ende Suydtwaert Jan Wauterss. streckende ten westen langs
op aen die gemein straet off soe wie mit recht naestlantgelegen
sijn, ende voirt vuyt alle sijne goederen die hij nu heeft off
nae vercrijgen mach ten lantrecht te betalen. Welcken
erfthijns voirss. weert saicke dat die alle jaer op termijn
voirss. niet betaelt en woirde, sal dair alle weecken
daernae volgende eenen peen van acht stuver op ten
erfthijns voirss. wassen ende gaen. Welcken peen all mitten
thijns voirss. die gasthuysmeesteren indertijt vuyten onderpan-
de ende alles goets als voirss. verhaelen sullen ende moegen
wanneer sij's niet langer beiden en willen. Ende Peter
Aertss. voirss. geloefden oick den gasthuysmeesteren tot behoeff des
gasthuys voirss. den thijns ende peen voirss. vuyten onderpan-
de ende alles goets als voirss. ewelick te waeren als recht is
tegen alle die ten rechten comen willen. Oeck soe sallmen
den erffthijns voirss. altijt vuytforderen moegen met manin-
ge ende richtinge off met pandinge aen reede off onreede
gueden tot koere ende optie der gasthuysmeesteren indertijt sijnde.
Mede soe duer misbetalinge het een jaer inne d'ander
quaeme te verloopen sal Peter Aertss. voirss. alsdan verval-
len sijn in dobbeldenerffthijns te betalen. Beheltelick doch
sijnder losse aen den erfthijns voirss. tegens vier ten hondert.
In oirconde onser litteren. Gegeven inden jaere ons Heeren duysent
vijfhondert drieentnegentich den dorden dach meert.
Ende was onderteeckent E. de Bye en met twee
der schepenen in groenen wasse vuythangende zegelen be-
segelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/D356D0415AC742F9ADAD43538694CE97
scan 8, f.5, rechts midden
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.174v+175+175v)
03-03-1593. schepenen Adriaen van Beesd van Reinoij ende Jan van Tuyll Sanderss.
Peter Aertss. van Delwijnen belooft een tijns aan het grote gasthuis te Zaltbommel uit een perceel land te Delwijnen.
bovenschrift: Delwijnen

marge: negen gulden vijf stuver

Wij Adriaen van Beesd van Reinoij ende Jan van Tuyll
Sanderss. schepenen in Zulichem tuygen dat voir ons comen
is Peter Aertss. van Delwijnen ende heeft gelooft Cornelis
Geritss. Trip ende Hanrick Claess. van Ravestein als gast-
huysmeesteren indertijt ende tot behoeff des groote gasthuys binnen
Saltboemel erffthijns negen carolus gulden ende vijf stuver
tot twintich stuver in tijt der betalinge binnen Boemel
gengbaer den gulden voirss. gereeckent op dach Martini
den elfsten novembris toecomende edde soe voirt jaerlicx van
alles vrij gelt sonder eenige cortonge tsij vuyt wadt
saecke off hoedanige ordonantie dat geschien off herco-
men soude moegen, daer van alle Peter Aertss. voirss. re-
nuncieert to heffen ende to beuren vuyt dordalve mer-
gen lants soe die gelegen inden gericht van Delwijnen
genampt het Kempken oestwaert naestgelegen het gasthuys
lant, westwaert Wouter Egenss. ende Henrick van
Venloe? ende suydtwaert Aert Pauwelss. off wie mit
recht naestlantgelegen sijn, ende voirt vuyt alle sijne goederen
ten lantrecht to betalen. Welcken erfthijns voirss. weert
saicke dat die alle jaer op termijn voirss. niet betaelt en
woirden sall dan alle weeken daerna volgende eenen
peen van vijftalve stuver opten erfthijns voirss. wassen ende
gaen; welcken peen all metten thijns voirss. die gasthuysmeesters
indertijt vuyten onderpande ende alles goets ten lantrechte
als voirss. verhalen sullen ende moegen wanneer sij's niet
langer beiden ende willen. Ende Peter Aertss. voirss. ge-
loefde oick den gasthuysmeesters ten behoeff des gasthuys
voirss. den thijns ende peen voirss. vuyten onderpande ende
alles goets ewelick te waeren als recht is tegen allen die
den ten rechten comen willen. Oeck soe salmen den erfthijns
voirss. alltijt vuytforderen moegen met maninge ende
richtinge off met pandinge aen reede off onreede goederen
tot koer ende optie der gasthuysmeesters indertijt sijnde. Mede
soe duer misbetalonghe het een jaer inne d'ander quame
te verloopen sal Peter Aertss. voirss. alsdan vervallen sijn in
dobbelden erffthijns te betalen. Beheltelick doch sijnder losse
aen den thijns voirss. tegens vier ten hondert. In oircon-
de onser litteren. Gegeven inden jaere ons Heeren duysent
vijfhondert drieentnegentich den dorden dach meert.

Ende was onderteeckent E. de Bye. Ende mit twee der
schepenen in groenen wasse vuythangende segelen besegelt.
Dezelfde akte komt voor in de bewaardgebleven protocollen van de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
Zie: https://hdl.handle.net/21.12108/D356D0415AC742F9ADAD43538694CE97
scan 8, f.5, rechts onder
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.180+180v)
16-05-1595. Godert Turck en Wolter van Hellensberch Reynerss. schepenen in Zulichem
---
Gamersche straat anno 1595 Mei 16
---
Wij, Godert Turck ende Wolter van Hellensberch Reynerss.
schepenen in Zulichem tuygen dat voor ons comen is
Antonis Hanrickss ende heeft gelooft Willem Janssen
Metselaer nu ende ten ewigen dagen ten lantrecht
te waren seeckere huys ende erff binnen Bommell in
die Gamersche Straet tusschen de wed. Rutger Janss
zalige ten oosten ende Geerloff Frederickss ten wes-
ten, streckende ten zuyden op die Gamersche
straet voers. ende ten noorden op die stadtwall oft
wie allomme mit recht naest gelegen sijn tegen allen
die des ten rechte comen willen in aller maeten
als Antonis Hanrickss voers. 't selve huys aen Henrick
die Vaell Goertss. vercoft heeft gehadt. In oirc. datum
als boven.
J. de Bye, s. in Z.
---
op de keerzijde een situatie schetsje
---
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 45
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen
24-08-1596. schepenen Jan de Groot en Marten van den Zandt
---
Zuylichem, anno 1596, Augustus 24
---
Wij, Jan de Groot ende Marten van den Zandt, scepenen
in Zulichem, tuygen dat voer ons comen is Hans van
Dueren ende heeft gelooft Aert Cornelissen, sijn swae-
ger, thijns drie carolus gul. tot twentich stuv. Hollants
tstuck op St. Bartholomeus dach (24 Aug.) in den jaere
XVc soeven ende tnegentich ende soe voort jaerlicks thijns
te heffen ende te boeren uuyth sijn gerechticheijt van een
stuck lants gelegen in den gerichte van Gameren genmt.
den Bulck, oestwaert naestgelegen Cornelis Geritss.
ende westwaert Folpaert Janssen oft wie allomme mit
recht naest lantgelegen sijn; welcke thijns voers. weert
saecke, dat die alle jaer op termijn voers. niet betaelt
en worde, sall dan alle weecke daer op nae volgende
een peen van drie stuv. op ten thijns voers. wassen etc.
Losse: vijftich gul. enz. In oirc. enz. datum als boven.
J. de Bye, S. in Z.
---
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 272
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen